Architect in de praktijk

Asbestveilig Vlaanderen 2040

www.asbestinfo.be (OVAM) • 9 april 2018

Asbest was in de bouwsector enkele decennia geleden het wonderproduct bij uitstek omwille van haar brandwerende eigenschap en andere hoge bouwtechnische kwaliteiten. Er bestaan dan ook meer dan 3.500 toepassingen. In hechtgebonden toestand treedt geen gevaar op gezien de vezels ingekapseld zitten in het bindmiddel. Door veroudering en bijhorende verwering van het bouwmateriaal treedt een zogenaamde ‘semi-hechtgebonden’ tot losgebonden toestand op en kunnen asbestvezels zich echter wel gaan verspreiden. Een toestand die zich vandaag de dag meer en meer voordoet. Het inademen van asbestvezels kan leiden tot asbestgerelateerde aandoeningen zoals asbestose en mesothelioom.

Asbestveilig Vlaanderen 2040

De Vlaamse Regering besliste in 2014 dan ook reeds werk te maken van een ‘Asbestveilig Vlaanderen 2040’ waarbij in het voorjaar van 2018 een asbestafbouwplan aan de Vlaamse Regering wordt voorgelegd. In 2040 mogen geen blootstellingsrisico’s meer optreden bij normaal gebruik van een gebouw. Een versnelde afbouw grijpt daarbij in op het huidige afbouwritme van gecontroleerd en veilig ontmantelen en verwerken van de asbesthoudende materialen. Zonder versnelling is onze leefomgeving afhankelijk van het huidige afbouwtempo van renovatiebewegingen en zal het gros van de asbesthoudende materialen in verouderde en verweerde toestand pas verwijderd zijn tegen 2070 of later. Doordat het bindingsmateriaal steeds verder degradeert, zullen asbestvezels intussen stelselmatig blijven vrijkomen in de woon- en leefomgeving. En dit met een huidig asbestpassief in particuliere woningen, scholen, bedrijven en openbare gebouwen van 2,3 miljoen ton (bron: www.ovam.be).

 

Het voorliggend asbestafbouwplan omvat naast regelgeving eveneens flankerende ondersteuningsmaatregelen om asbest zo vlot mogelijk te kunnen verwijderen waar dit aangewezen is. Bijzondere aandacht wordt daarbij geschonken aan prioritaire doelgroepen: de scholen, de publieke gebouwen (ziekenhuizen, lokale besturen,…), de land- en tuinbouwsector en gebouwen voor particulier gebruik. Kinderen en jongvolwassen worden in het bijzonder als kwetsbaar beschouwd gezien hun longen extra vatbaar zijn voor de schadelijke gevolgen van asbestblootstelling.

Asbestinventarisatie en energierenovatie

Een asbestinventaris vormt de basis voor een asbestafbouwbeleid, ook in een particuliere renovatiecontext. Gezien er dermate veel asbesttoepassingen bestaan die niet altijd visueel te detecteren zijn, biedt een inventaris immers inzicht in de asbesthoudende gebouwonderdelen en de mate waarin deze een risico op vezelblootstelling vormen voor gebouwgebruikers. Dit bij normaal gebruik van een woning, maar ook bij renovatie.

 

Voor particuliere (huur)woningen bestaat er momenteel geen enkele verplichting tot inventarisatie, ook niet bij verhuur, verkoop of renovatie, waardoor de gebouwgebruiker doorgaans geen zicht heeft op zijn asbestpassief. Vanuit federale regelgeving inzake arbeidsbescherming is een werkgever (bv. aannemer met werknemers in dienst) wel reeds verplicht over een asbestinventaris te beschikken voor de ruimtes waar de werknemers tewerk gesteld worden. Gezien er voor de federale inventaris geen kwaliteitscriteria, noch inventarisatiewijze volgens standaard inspectieprotocol vereist is, bieden de opgemaakte asbestinventarissen dan ook niet altijd een volledig overzicht voor de onderzochte wooneenheden. Er wordt dan ook bekeken binnen het asbestafbouwbeleidsplan op welke wijze kwaliteitsborging kan ingebouwd worden. Eén van de mogelijke beleidspistes hierin is een Vlaams asbestinventarisattest waarbij een erkend asbestdeskundige de inventaris opmaakt conform een standaard inspectieprotocol.

De rol van de architect

In het kader van de opmaak van het asbestafbouwbeleidsplan startte NAV een overlegtraject met de OVAM. De rol van de architect zal hierbij beperkt zijn tot inlichten van de klant over het mogelijks voorkomen van asbesttoepassingen in woningen met bouwjaar van vóór 2001. De expertise over welke toepassingen al dan niet asbesthoudend zijn, vormt situeert zich bij de asbestdeskundige en niet bij de architect. Zonder grondige renovatie blijkt de kans op voorkomen van een asbesttoepassing immers meer dan 90% te bedragen. Geen onbelangrijk gegeven gezien uit de enquête van NAV (Vlaamse renovatiedag 2017) blijkt dat toch 39,03% van de verbouwers zijn woning nog bewoont tijdens zijn renovatiewerken. Uit diezelfde enquête blijkt eveneens dat 81,23% van de verbouwers jonger is dan 40 jaar, wat impliceert dat potentieel veel jonge kinderen daarbij blootstellingsrisico’s oplopen terwijl zij net extra vatbaar zijn voor de schadelijke gevolgen van asbestblootstelling. Gerenoveerde gebouwruimtes kunnen bovendien lange tijd besmet blijven met asbestvezels, ook lange tijd na de uitgevoerde renovatiewerken.

 

De architect kan de klant als dienstverlening toeleiden naar een erkend asbestdeskundige. Bij uitrol van het asbestafbouwbeleid zullen daarbij ook de nodige brochures en publicaties verspreid worden die de architect daarin kunnen ondersteunen. De OVAM zal bovendien zorgen voor de implementatie van een flankerend, ondersteunend beleidsinstrumentarium met bijhorende communicatiecampagnes opdat de burger vlot asbesttoepassingen kan (laten) verwijderen.