Interview |
![]() |
NAV News sprak met Luc Peeters, waarnemend administrateur-generaal van het Vlaams Energieagentschap VEA, over de nakende E80 eis voor woongebouwen, de verantwoordelijkheid van de architect inzake de EPB-regelgeving, het nut van de energieconsulent, de gewijzigde premieaanpak en de grote lijnen van het energiebeleid voor de iets verder gelegen toekomst.
E80 haalbaar met huidige bouwmethodes en -materialen
Op 1 januari 2010 wordt een strengere energieprestatie-eis voor woongebouwen van kracht. In plaats van de huidige E100 komt er een E80. Op een beperkte webpoll van NAV antwoordde de helft van de respondenten dat ze hiervoor meer begeleiding nodig hebben. Gaat de overheid niet te snel?
Luc Peeters: “De energieprestatieregelgeving die intussen ruim drie jaar van toepassing is, vertrok van een niveau dat realiseerbaar was zonder overdreven veel extra aandacht. E80 zal vanwege de architect van in de conceptfase meer specifieke aandacht vergen. De essentie blijft dezelfde: goed isoleren, luchtdicht bouwen, goede installaties gebruiken. Maar de toepassing van deze principes zal iets meer attentie vragen. Grijpen naar innovatieve materialen of bouwwijzen is echter niet nodig. Met de huidige bouwmethodes en de courant gebruikte bouwmaterialen is E80 een haalbare kaart. Bijna een derde van de aangiftes die we tot nu toe hebben ontvangen, voldoet al aan deze eis.”
“Een mogelijk nadeel is dat heel wat architecten het abc van de energieprestatieregelgeving nog niet onder de knie hebben. Voor ons is dat een verrassing, maar wij zijn er natuurlijk dagelijks mee bezig. Wij hadden ook verwacht dat meer architecten de taak van EPB-verslaggever mee op zich zouden nemen, maar dat is niet bewaarheid geworden. Met de strengere eisen zal de architect de materie grondiger moeten kennen dan vandaag nogal eens het geval is. Wellicht moet een aantal architecten ertoe worden gesensibiliseerd de achterliggende methodiek en de software onder de knie te krijgen. Alleen dan kun je immers scenario’s opstellen die al in het ontwerpstadium aangeven welke gevolgen bepaalde keuzes hebben. Want uiteindelijk moet de architect de bouwheer bijstand verlenen voor de correcte naleving van de verschillende regelgevingen. Bouwheren denken nogal eens dat ze voor de EPB op de bijstand van de verslaggever kunnen terugvallen, maar dat is niet zo. De verslaggever moet alleen waarheidsgetrouw rapporteren. Advies en bijstand vergen een bijkomende opdracht van de verslaggever. Om te voorkomen dat de bouwheer en dus hijzelf in de problemen komt, zal de architect zich indien nodig moeten bijscholen. Daarvoor kan hij onder andere terugvallen op de energiesparende maatregelpakketten op onze website, pakketten voor verschillende E-peilen van typewoningen. Daar kan hij voeling krijgen met combinaties van materialen en installaties die toelaten om lagere E-peilen te realiseren.”
Energieconsulent
Kan de architect in de toekomst ook nog terugvallen op de energieconsulent?
Luc Peeters: “Het lopende subsidiebeleid komt inderdaad in juni een einde. Het aantal vragen dat de energieconsulent krijgt voorgelegd, geeft aan dat dit rechtstreekse kanaal via de beroepsorganisaties wel degelijk aan een behoefte tegemoet kwam, naast de andere initiatieven die we hebben ontwikkeld om de architecten te ondersteunen bij de implementatie van de EPB-regelgeving. Met de strengere regelgeving die eraan komt, zal deze behoefte waarschijnlijk nog groter worden. Discontinuïteit in deze dienstverlening moet daarom worden vermeden.”
“Vlaams minister Hilde Crevits heeft vorig jaar ook al een aanzienlijk budget vrijgemaakt voor de opleiding ‘energiezuinig architect’. De feedback hierover vanwege de architecten was zeer positief. Er was heel veel belangstelling en de architecten evalueerden de inhoud van de opleiding als erg waardevol.”
Komen er begin 2010 nog andere aanpassingen van de regelgeving?
Luc Peeters: “Er komen strengere eisen voor de U-waarde van muren, daken en plafonds, waarmee die meteen op het niveau van Brussel en Wallonië worden gebracht. Deze afstemming was een aandachtspunt bij de herziening, gezien de gerechtvaardigde vraag van aannemers en architecten om in de mate van het mogelijke een betere afstemming van de verschillende bestaande en toekomstige eisen in de gewesten te bekomen.”
Hoe staat het VEA tegenover gemeenten die een strenger E-peil willen opleggen?
Luc Peeters: “Op vraag van de Vlaamse Regering zetten we de komende maanden de voor- en nadelen daarvan op een rij, in overleg met alle betrokkenen. Aannemers en architecten stellen zich uitgesproken negatief op. De VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, red.) moet haar leden nog verder raadplegen. Ons advies zal waarschijnlijk eerder gaan in de richting van het mogelijk maken van demonstratieprojecten in plaats van een algemene maatregel die het volledige grondgebied van een gemeente bestrijkt. Dat laatste zou het draagvlak en dus de aanvaardbaarheid van de EPB-regelgeving kunnen aantasten en stelt ook problemen wat de handhaving betreft. Maar voorlopersprojecten in specifieke verkavelingen, een welbepaalde wijk of de introductie van bepaalde woningtypes, bijvoorbeeld een E40, lijken mij wel zinvol. Je hebt uiteindelijk voortrekkers nodig om te innoveren. Maar het laatste woord hierover is aan het Vlaams Parlement.”
Waaraan mogen we ons op langere termijn verwachten?
Luc Peeters: “E80 voor woningen zal zeker en vast niet de laatste verstrenging van de EPB-eisen zijn. Dat is meteen het voordeel van de EPB-regeling: zij biedt een beleidskader waarbinnen je de EPB-eisen stelselmatig kan verstrengen. Wij hebben een indicatieve langetermijnplanning die gericht is op een economisch optimum dat volgens een studie momenteel E60 bedraagt en dat in 2020 haalbaar moet zijn. Wij vinden het belangrijk om nu al een doelstelling in het achterhoofd te hebben en de sector daarvan tijdig op de hoogte te brengen zodat die zich terdege kan voorbereiden. Anderzijds kan je nu nog geen te stringente toekomstige voorwaarden vastleggen, want als achteraf blijkt dat ze onrealistisch zijn, verlies je je draagvlak. Het verstrengingspad nu al in regelgeving vastleggen tot 2020 is volgens ons dan ook niet aangewezen. Wij evalueren elke twee jaar welke eisen in welk tempo kunnen worden verstrengd. In het kader van de tweede evaluatie die in 2009 wordt uitgevoerd, zullen we ons vooral richten op de mogelijke verstrenging van het E-peil voor kantoren. Bij de uitvoering van de eerste evaluatie beschikten we nog over te weinig basisinformatie om hiervoor een onderbouwd voorstel uit te werken.”
“Op Europees niveau zullen de lidstaten mettertijd moeten kunnen aantonen dat ze naar een economisch optimum evolueren. Het tempo zullen ze gedeeltelijk zelf kunnen invullen, maar het niveau van de eisen zal op Europees niveau worden bepaald, zodat iedereen naar vergelijkbare energieprestaties evolueert.”
Controles en boetes
Hoe zit het met de controle op de toepassing van de EPB-regelgeving?
Luc Peeters: “De controles op de startverklaringen zitten op kruissnelheid. Daarvoor matchen we onze database van vergunningen met die van startverklaringen. Als er hiaten zijn, gaan we ter plaatse controleren. Het aantal controles op de aanwezigheid van startverklaringen is in een jaar gestegen van 3050 naar 3655. Wij hebben voor deze controles in 2008 ongeveer de helft van de gemeenten bezocht. In 2008 zijn we ook gestart met het inhoudelijk controleren van de EPB-aangiftes.”
Controleert u ook de EPB-verslaggevers?
Luc Peeters: “Ja, we maken steekproefgewijs een rondgang op bouwplaatsen en in woningen die in gebruik zijn genomen. Als onze vaststellingen afwijken van de aangifte en deze deviaties een impact hebben op de resultaten, kan dat leiden tot een boete voor de verslaggever. Hoewel we geprobeerd hebben om via de diplomavereisten een kwalitatieve verslaggeving te bekomen, constateren we dat er nog veel fouten worden gemaakt. Kwalitatieve verslaggeving vergt blijkbaar een leerproces. Zoals al gezegd is onze verwachting dat vooral architecten deze taak op zich zouden nemen, niet uitgekomen. Veelal gaat het om gespecialiseerde firma’s. Ruim de helft van alle tot nu toe gedane aangiftes is afkomstig van een honderdtal verslaggevers.”
“De gemaakte fouten zijn heel divers. Via onze EPB-nieuwsbrief proberen we dit bij te sturen om tot een meer kwalitatief resultaat te komen. Daarbij ligt onze nadruk op minder bewuste fouten, vooral interpretatiefouten.”
U verwees al enkele keren naar het belang van een goed draagvlak voor de EPB-regeling. Dreigen superboetes zoals de 16 000 euro die onlangs in het nieuws kwam dat niet te ondermijnen?
Luc Peeters: “Dat is inderdaad funest, omdat het verhaal breed wordt uitgesmeerd in de pers, de mensen het niet begrijpen en je het achteraf niet meer kunt rechtzetten. De man in kwestie was op voorhand gewaarschuwd door de verslaggever en de aannemer, maar heeft koppig zijn zin doorgedreven. Als je met 200 kilometer per uur voorbij een flitspaal raast, weet je toch ook dat het risico op een fikse boete reëel is? Bij de eindberekening kwam de verslaggever uit op E172, wat omgerekend neerkwam op een boete van 16 000 euro.”
“In feite zou je de mensen moeten kunnen uitleggen dat de belastingbetaler ooit de rekening voor het bouwen van niet-energiezuinige woningen zal moeten betalen. Er zal een dag komen dat Europa elke lidstaat maximale emissieplafonds oplegt die dan, op straffe van boetes, moeten worden gerespecteerd. Wij zullen dan mee opdraaien voor dergelijke excessen. Maar het gaat gelukkig om hoogst uitzonderlijke gevallen. Sinds de afloop van de overgangsperiode hebben we in totaal amper een tiental dossiers gehad die niet voldeden aan het E-peil.”
“Voor het niet naleven van de EPB-eisen werden in 2008 circa 100 boetes betaald van gemiddeld 1500 euro. Negen keer op tien ging het om ontbrekende ventilatievoorzieningen. Tijdens de hoorzittingen konden de bouwheren daar weinig tegen inbrengen behalve het argument dat ze het niet wisten en dat architect of aannemer het hen niet hebben gezegd.”
Te ingewikkelde premies
Recent werden de premies voor nieuwbouwwoningen herzien en afhankelijk gemaakt van het E-peil. Waarom deze ingreep?
Luc Peeters: “Omdat wij vinden dat premies een ondersteuning moeten vormen voor investeringen die verder gaan dan de norm. Daarom geven we een subsidie die hoger ligt naarmate het E-peil daalt, te beginnen vanaf E80. Dat beginpeil zal in 2010, wanneer E80 de norm wordt, uiteraard worden verscherpt. De stijging van de subsidies naargelang van het E-peil is logisch: de bouwheer moet ook een fiks grotere investering doen.”
“Voor nieuwbouwwoningen daalt tevens de onroerende voorheffing naarmate het E-peil lager ligt. Een dergelijke maatregel voor bestaande woningen is niet in voorbereiding gezien de verregaande budgettaire consequenties en het feit dat we eerst meer ervaring moeten opdoen met het energieprestatiecertificaat dat hiervoor de basis zou vormen. In plaats van een zoveelste bijkomende maatregel te introduceren, gaan we wellicht beter na hoe we de bestaande premies en subsidies kunnen stroomlijnen en vereenvoudigen. In plaats van de waaier aan premies en tussenkomsten vanwege netbeheerders, gemeenten, provincies, de Vlaamse overheid en de fiscus te behouden, kunnen we misschien overwegen om over te stappen naar één loket van waaruit alles wordt beheerd, of naar een regeling via de onroerende voorheffing die automatisch wordt toegekend, met een minimum aan administratieve kosten en aan hoofdbrekers voor de bouwheer.”
“Los van deze globale bedenking bestuderen we meer specifieke knelpunten. Zo loopt er bijvoorbeeld een onderzoek naar de technische mogelijkheden van na-isolatie van muren, die midden 2009 moet afgerond zijn. Aansluitend moeten wij bekijken hoe we deze ingrepen, in zoverre ze onder bepaalde randvoorwaarden mogelijk zijn, het best kunnen ondersteunen en welke bijkomende knelpunten er nog moeten worden opgelost, zoals stedenbouwkundige voorschriften die isoleren voorbij de rooilijn verbieden, of esthetische drempels. Intussen bestaat er hiervoor trouwens al een ondersteuning. De netbeheerders geven premies, en in het kader van de relancemaatregelen van de federale regering wordt deze isolatie dit en volgend jaar fiscaal aftrekbaar, en is bovendien een fiscale spreiding over vier jaar mogelijk voor deze en andere energiebesparende uitgaven. Een ander punt van aandacht zijn de appartementen in mede-eigendom, waarop de huidige premies helemaal niet zijn afgestemd.”
Premies alleen zijn ook niet zaligmakend.
Luc Peeters: “Dat klopt. Het Energierenovatieprogramma 2020 heeft als sensibiliserende boodschap dat de beoogde maatregelen – dakisolatie, hoogrendementsbeglazing, een goede verwarmingsinstallatie – dankzij de premies een interessante investering vormen. Maar verhuurders bereik je niet met deze boodschap. Om deze groep te overtuigen, moet je bijvoorbeeld de onroerende voorheffing of de huurprijs – voorlopig nog federale materie - kunnen laten afhangen van het EPC-kengetal.”
“Volgens ons moet de stimulerende aanpak met premies op middellange termijn stilaan de baan ruimen voor verplichtingen. Onze taak is na te gaan hoe je voor deze verschuiving een draagvlak kan opbouwen, zodat de verplichtingen voor iedereen aanvaardbaar zijn. Niet elke woning leent zich immers tot de vervanging van enkele door hoogrendementsbeglazing, of tot een afdoende dakisolatie.”
Het abc van de energiedeskundigen
De energieaudits, goed voor een fiscale aftrek, zijn nooit echt van de grond gekomen. Staat er een doorstart op het programma?
Luc Peeters: “Neen. De audits waren, zelfs met het fiscale voordeel, relatief duur, zodat ze alleen interessant waren bij grote renovatiewerken waarvoor de bouwheer een extern advies wil inwinnen. De bedoeling is dat er op termijn een adviesmodule wordt gekoppeld aan de EPC-software, waarvoor slechts een beperkt aantal bijkomende gegevens nodig zullen zijn.”
Intussen zitten we met een scala aan deskundigen. Is trop hier niet te veel?
Luc Peeters: “We hebben momenteel vier groepen: deskundigen A voor het energieprestatiecertificaat; deskundigen B voor de energie-audit, de vroegere EAP; deskundigen C voor publieke gebouwen; deskundigen D voor niet-residentiële gebouwen. Momenteel zijn we bezig met de aanbesteding voor de certificatiesoftware voor niet-residentiële gebouwen. Dat gebeurt in overleg tussen de drie Gewesten. Pas nadat de software er daadwerkelijk is, kunnen we beginnen met de opleiding. Een realistische planning is dat in 2010 de eerste deskundigen D hun opwachting zullen maken.”
“Deze variatie is een gevolg van de recente groei van deze markt. We wilden geen te strenge eisen stellen om te voorkomen dat we zonder deskundigen zouden zitten, en tegelijkertijd moesten we de vereiste competenties afstemmen op de moeilijkheidsgraad van de taak. Vandaar de verschillende opleidingen en types. Bedoeling is dat we op termijn tot een rationalisering komen, waardoor er waarschijnlijk twee groepen zullen overblijven: deskundigen voor residentiële en deskundigen voor niet-residentiële gebouwen. De vereiste kennis verschilt immers sterk voor die twee groepen.”
De drie gewesten trekken voor de deskundigen D aan hetzelfde zeel. Dat is voor residentiële gebouwen minder het geval.
Luc Peeters: “Ja en nee. Brussel zet stappen om dezelfde software als wij te gaan gebruiken, terwijl Wallonië de EAP-software als certificatietool zal benutten. Wat de energieprestatieregelgeving voor nieuwbouw betreft, bouwen zij allebei voort op het door ons geleverd pionierswerk. Wij volgen de ontwikkeling van hun EPB-software dan ook op met de bedoeling deze eventueel over te nemen op termijn. Er is nog een discussie over de prijs die wij daarvoor moeten betalen. Terwijl zij onze berekeningsmethodiek, ons opleidingsmateriaal, onze FAQ’s en andere documenten mochten overnemen, vragen zij voor het overnemen van hun EPB-software een serieuze financiële vergoeding. Een houding waar wij weinig begrip kunnen voor opbrengen, maar de beleidsverantwoordelijken zullen hiervoor wel een oplossing uitwerken.”
Het VEA
Het Vlaams Energieagentschap (VEA) is belast met de uitvoering van het Vlaamse energiebeleid, waarvan de focus ligt op rationeel energiegebruik en milieuvriendelijke productie van energie (groene stroom, groene warmte en warmtekrachtkoppeling). Hiervoor maakt het VEA gebruik van diverse instrumenten en maatregelen: communicatie en informatieverstrekking met als belangrijkste tool de website www.energiesparen.be; ondersteuning met vooral premies; regelgeving zoals de EPB. De ervaring die het VEA opdoet tijdens de beleidsuitvoering, wordt benut ter ondersteuning van het beleid. Het VEA telt 48 personeelsleden onder wie 7 architecten of ingenieur-architecten, en beschikt naast de hoofdzetel in Brussel over buitendiensten in Gent en Hasselt.
Foto’s: Marc Scheepers
Tekst: Staf Bellens
« Terug
Muurovernames
Indexen
Vorstperiodes
KMI weerverlettabellen
Bouwverlof
Richtprijzen aan te rekenen lonen
Modelbrieven naar aannemer
Modelbrieven naar buur
Modelbrieven naar opdrachtgever
Processen Verbaal
Modeldocumenten EPB
Modeldocumenten varia
Contractvoorbeelden architectenopdracht
Contractvoorbeelden EPB opdracht
Contractvoorbeelden VC opdracht
Contractvoorbeelden tijdelijke samenwerking
Contractvoorbeelden aanneming
Contractvoorbeeld stabiliteitsstudie
Contractdocument mandaatverleningHier leest u handige bruikbare tips over de meest courante juridische items van het architectenberoep.
Als architect omgaan met slechte betalers
Wat is de wet Breyne?
De voorlopige en definitieve oplevering
Volledige of niet volledige opdracht?
Vroegtijdige beëindiging of overname van een architectenopdracht
Auteursrechten van de architect
Energetische prestatie in het architectencontract
Prijsherzieningen in de bouw
Logiesdecreet Vlaamse Overheid
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
Brandnormen: bijlage 6 industriegebouwen
Optische rookmelders: Vlaamse decreet houdende de beveiliging van woningen
Waterwegwijzer bouwen en verbouwen (2010)
Praktijkgids bij de Codex Ruimtelijke Ordening (2010)
Informatie- en Adviesplicht van de Architect (2010)
Het stilleggen van de bouwplaats - gevolgen (2009)
Internetzakboekje - nuttige websites voor de architect (2009)
De oplevering. Ook voor de architect een cruciaal moment (2008)
Het juridisch statuut van zelfstandige medewerkers in het architectenbureel (2008)
Het ABC van een architectenvennootschap (2007)

