Wanneer een opengaand raam zich op valhoogte bevindt (> 1,5 m boven het maaiveld), lijkt het evident om zowel de normen NBN B 25-002-1 Buitenschrijnwerk en NBN B 03-004 Borstweringen te consulteren, en daarbij de veiligheidsvoorschriften van de strengste norm te volgen. Je zou dan kunnen concluderen dat als NBN B 03-004 stelt dat de minimumbeschermingshoogte in een specifieke situatie 1,1 m bedraagt, je dit ook toepast voor de vormgeving van het opengaand buitenschrijnwerk in die situatie. Dit is echter niet de correcte interpretatie.

De correcte interpretatie is trapsgewijs:

  • Trap 1: Verifieer of de valbeveiliging in het gevelvlak voldoet aan NBN B 25-002-1 (2019) Buitenschrijnwerk (en NBN S 23-002 Glaswerk). Als het buitenschrijnwerk niet voldoet, stel het buitenschrijnwerk dan conform of voorzie een bijkomende balustrade en ga daarvoor door naar trap 2.
  • Trap 2: Voorzie valbeveiliging buiten het gevelvlak (bv. balustrade) volgens NBN B 03-004 (2017) Borstweringen.

Het is dus niet zo dat de strengste norm (NBN B 03-004) vormvereisten oplegt die op het hele project van toepassing zijn, ook niet bij opengaand buitenschrijnwerk op hoogte. De verwarring is echter zeer begrijpelijk, vooral gezien de minimumbeschermingshoogte (h/H) tussen beide normen anders bepaald wordt.

Beschermingshoogte van de valbeveiliging

Buitenschrijnwerk

In de Belgische norm NBN B 25-002-1 Buitenschrijnwerk worden de eisen voor de preventie van lichamelijke letsels beschreven. Hierin wordt bepaald aan welke schokweerstandsklasse het schrijnwerk in functie van de situatie moet voldoen. Daarbij staat het volgende vermeld over de beschermingshoogte (h): “h is de beschermingshoogte, d.w.z. de hoogte tot waar de bescherming van personen verzekerd moet zijn in functie van de projectvoorwaarden. De hoogte h is gedefinieerd in de specificaties betreffende de beglaasde werken en is in het algemeen begrepen tussen 0,9 m en 1,2 m vanaf het niveau van de afgewerkte vloer. De beschermingshoogte h kan steeds teruggebracht worden tot 0,8 m indien de berekening van een fictieve hoogte Hf = h + 0,5 x l ≥ 1,0 m voldoet, “I” is de dikte van de gevel bij de valhoogte H. In dat geval, zijn de voorschriften betreffende het glas hernomen in de NBN S 23-002, 4.4.2.2.2 geval 3.”

Je moet ingelogd zijn om deze pagina te kunnen raadplegen.

Login

Nieuwe account aanmaken?

Sien

Sien Cornillie

Adviseur studiedienst

Netwerk Architecten Vlaanderen