De omzetting van de herziene Europese EPB-richtlijn (EPBD) komt snel dichterbij. Tegen 29 mei 2026 moet Vlaanderen de nieuwe verplichtingen in regelgeving hebben omgezet. Een belangrijke nieuwigheid is de verplichte rapportage van de CO₂-impact over de volledige levenscyclus van nieuwe gebouwen (Life Cycle Global Warming Potential - LC-GWP) – de klimaatimpact van materialen over een periode van vijftig jaar.

Voor architecten is dit fundamenteel. De milieu-impact wordt berekend op basis van de aangenomen levenscyclus van de gekozen materialen. Ervaring leert dat de dragende elementen de grootste impact genereren – en die keuzes liggen meestal al vast in het prille ontwerp. Hoe Vlaanderen deze verplichting organiseert, zal dus rechtstreeks voelbaar zijn in de praktijk.

Eén gebouw, geen twee werelden

Vandaag wordt energieprestatie uitgewerkt via VEKA en materiaalprestatie via OVAM. Beide administraties bereiden de implementatie van de Europese regels voor. Als dat onvoldoende geïntegreerd gebeurt, dreigt een versnipperd systeem met verschillende databanken, softwarepakketten, aparte rapportage met andere bewijsstukken, andere definities en meetcodes, verschillende deskundigen, ...

Dat betekent meer complexiteit en meer kosten voor architecten en opdrachtgevers, terwijl het hier in essentie over dezelfde materialen in hetzelfde gebouw gaat.

Deze bezorgdheid werd recent ook uitgesproken in de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement. Parlementsleden Andries Gryffroy (N-VA) en Marianne Verhaert (Anders) waarschuwden voor nieuwe “kafkaiaanse situaties” en voor het risico op bijkomende administratieve lasten.

De intenties zijn goed ... Nu de daden nog

Minister van Energie en Klimaat Hans Bonte erkende in zijn antwoord de gevoeligheid van het dossier en benadrukte de ambitie om OVAM en VEKA te laten samenwerken aan een geïntegreerd systeem, onder meer via gegevensuitwisseling en interoperabiliteit. Ook werd aangegeven dat het dossier verder zal worden opgevolgd. Zijn volledige antwoord lees je hier (je kunt de vergadering ook herbekijken).

Dat zijn belangrijke signalen van de minister. Maar de vraag blijft of dit gerealiseerd kan worden tegen de eerste rapportage-deadline van januari 2028. Wil de overheid het verhaal rond milieu-impact van gebouwen transparant en inzichtelijk houden, dan is een geïntegreerde aanpak wel het minste wat men de sector kan bieden.

NAV blijft dit actief bewaken

Als beroepsorganisatie hebben wij deze problematiek onder de aandacht gebracht en blijven wij het dossier inhoudelijk opvolgen. We dringen zowel bij minister Bonte als bij minister van Omgeving Jo Brouns aan op een echte structurele afstemming tussen VEKA en OVAM.

Onze inzet is duidelijk: één coherent kader, duidelijke en consistente data, en geen bijkomende versnippering of parallelle structuren. Wij blijven er alles aan doen om dit dossier in de juiste richting te sturen.

Peter website

Peter Legroe

Adviseur public affairs

NAV