Na zes jaar geeft Dirk Mattheeuws binnenkort de fakkel door als voorzitter van NAV. In die periode evolueerde onze beroepsvereniging verder naar een professionelere én zichtbaardere belangenorganisatie voor architecten. We blikken met hem terug op wat gerealiseerd werd, waar nog werk ligt en welke uitdagingen hij ziet voor de sector.

NAV staat vandaag stevig op de kaart

Dirk, met welk gevoel kijk je terug op de voorbije zes jaar?

“Met een positief gevoel omdat NAV gegroeid en sterker geworden is als organisatie. We hebben belangrijke stappen gezet in de professionalisering van onze werking. Zo is de studiedienst uitgebreid met onder meer met een juriste en een profiel voor belangenbehartiging, waardoor we syndicale dossiers inhoudelijk veel sterker kunnen voorbereiden en opvolgen.”

“Het grootste verschil met zes jaar geleden is dat NAV vandaag echt op de kaart staat. Vroeger moesten we veel moeite doen om gehoord te worden, terwijl we vandaag spontaan worden uitgenodigd om mee na te denken en advies te geven. Departementen, administraties en kabinetten weten ons te vinden wanneer het over architectuur of bouwen gaat. Dat komt doordat we consequent met kennis van zaken, inhoudelijke argumenten en concrete voorstellen naar overlegmomenten zijn gegaan. Dat we nu als een volwaardige stakeholder in het beleidsdebat worden beschouwd is dus geen toeval, daar is bewust naartoe gewerkt.”

Waar ben je het meest trots op in wat NAV onder jouw voorzitterschap heeft kunnen neerzetten?

“De extra expertise en grotere erkenning en zichtbaarheid die ik zonet noemde, zijn twee zaken waar ik fier op ben en een derde punt zijn de oprichting van de regiowerking NAV Antwerpen – de mensen die nu aan het roer staan heb ik destijds aangespoord – en activering van de thematische werkgroepen ‘Vrouwen in architectuur’ en ‘Starten en starters’. Ze kunnen inhoudelijk rond thema’s werken en ideeën ontwikkelen die vervolgens hun weg vinden naar de nationale werking. Dat soort vrijwillig engagement van leden is bijzonder waardevol voor een vereniging als NAV.”

Zijn er dossiers waarvan je zegt: daar hadden we verder in moeten staan?

“Ja, de hervorming van de wet van 1939. De voorbije jaren is daar enorm veel werk in gekropen en we zijn binnen NAV bijna tot een volledig gedragen standpunt gekomen. Op één punt, namelijk artikel 6 dat zegt dat het uitoefenen van het beroep van architect onverenigbaar is met dat van aannemer van openbare of private werken, zijn we er uiteindelijk niet in geslaagd om tot een definitief akkoord te komen. Dat blijft jammer, omdat het een cruciaal dossier is voor de toekomst van het beroep. Tegelijk ben ik ervan overtuigd dat het voorbereidende werk dat nu gebeurd is, een belangrijke basis vormt voor de toekomst. Ik hoop dat het tijdens de ambtstermijn van de volgende voorzitter wel lukt.”

Impact op beleid en blijvende knelpunten

In welke dossiers is onze toegenomen politieke impact het meest duidelijk gebleken?

“Een goed voorbeeld is ons werk binnen de klankgroep van de Gemengde Commissie Vergunningen. Daar zie je dat voorstellen waar wij aan hebben bijgedragen uiteindelijk hun weg vinden naar beleidsplannen en actieprogramma’s van de Vlaamse overheid.”

“Daarnaast zetel ik namens NAV in twee werkgroepen en in de algemene vergadering van de Taskforce Wonen-Ruimte. Daar hebben we onder meer het Vlaams Bouwbesluit op de agenda kunnen plaatsen, met als doel te komen tot één helder kader in plaats van een kluwen aan lokale regels.”

“We zetten de laatste jaren bewust in op een meer proactieve aanpak. In plaats van alleen te reageren op wetsvoorstellen die al op tafel liggen, proberen we zelf voorstellen en standpunten te formuleren. Dat gebeurt ook steeds vaker samen met andere bouwactoren, omdat gezamenlijke standpunten vanuit de sector meer impact hebben dan wanneer elke beroepsgroep afzonderlijk spreekt.”

Staat de architect vandaag sterker of net kwetsbaarder dan toen je begon als voorzitter?

“Architecten zullen volgens mij altijd een kwetsbare beroepsgroep blijven. Dat heeft deels te maken met de rol die we in het bouwproces opnemen en met de verantwoordelijkheden die daarbij horen.”

“Bepaalde recente ontwikkelingen tonen ook hoe snel de positie van het beroep onder druk kan komen te staan. Het Vrijstellingenbesluit is daar een voorbeeld van. De redenering dat een architect in bepaalde situaties niet langer nodig is, kan een gevaarlijk precedent creëren. Daarom is het zo belangrijk dat er een sterke belangenvereniging bestaat: zonder NAV zou de positie van architecten nauwelijks te verdedigen zijn.”

Welke accenten kon je persoonlijk leggen als voorzitter?

“Mijn expertise ligt vooral bij vergunningen en omgevingsrecht. In dat domein heb ik dan ook het meest ingezet. Hierdoor heb ik de rol van voorzitter wel iets anders ingevuld dan mijn voorgangers. Naast het bestuurlijke werk ben ik inhoudelijk sterk betrokken geweest bij dossiers en bij de werking van de studiedienst. Ik nam deel aan verschillende commissies en werkgroepen, ging mee in overleg met administraties en kabinetten, …”

“Die rol is gaandeweg zo gegroeid, maar intussen is NAV zo geëvolueerd dat die inhoudelijke rol in de toekomst wellicht minder bij de voorzitter zal liggen en meer bij het team.”

Solidariteit als sleutel voor de toekomst

Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen voor NAV in de nabije toekomst?

“Een van de belangrijkste uitdagingen is voor mij het behouden van solidariteit binnen de sector.”

“In veel verenigingen stellen leden zich steeds vaker de vraag wat hun individuele return on investment is. Dat is begrijpelijk, maar het risico bestaat dan wel dat men het bredere belang van een beroepsvereniging uit het oog verliest. NAV verdedigt het beroep op beleidsniveau, in regelgeving en in overleg met overheden. Dat werk is niet altijd meteen zichtbaar voor elk individueel lid, maar het heeft wel een grote impact op de manier waarop architecten hun beroep kunnen uitoefenen.”

“Daarom is het belangrijk om architecten te blijven overtuigen van het belang van solidariteit. Zonder een sterke beroepsvereniging verzwakt uiteindelijk de hele sector.”

Zes jaar voorzitterschap vraagt veel engagement. Wat ga je doen met de tijd die nu vrijkomt?

“Mijn engagement voor het beroep stopt niet met het voorzitterschap. Ik blijf geïnteresseerd in wat er in de sector gebeurt en zal mij zeker blijven inzetten waar dat zinvol is.”

“Daarnaast zal er uiteraard ook weer wat meer tijd naar mijn eigen kantoor gaan. Creativiteit blijft mijn eerste passie, er liggen nog heel wat ideeën en plannen klaar.”

“Het samenwerken met het NAV-bestuur, de medewerkers en vrijwilligers gaf me enorm veel energie. Ik had gerust nog enkele jaren kunnen doorgaan. Tegelijk is het goed dat de statuten na twee maal drie jaar een wissel voorzien. Na zes jaar is het ook goed dat iemand anders verder bouwt op wat we samen hebben gerealiseerd. Ik zal het wel missen!”

Dat is helemaal wederzijds. Dank voor je tomeloze inzet, Dirk.

Katrien

Katrien Depoorter

Projectmanager pers en communicatie

Netwerk Architecten Vlaanderen