Interview

Ruimteveldwerk: 'Kwetsbaarheid hangt af van de context”

Arnaud Tandt • 2 mei 2018

Op 5 mei gaat Triënnale Brugge 2018 van start. Wie dan de drukte van het kunstenparcours wil ontvluchten kan in godshuis Sint-Trudo terecht. Ruimteveldwerk werkte samen met de bewoners aan een interventie in de rustige binnentuin.

Ruimteveldwerk (RVW) werd in 2013 opgericht door Pieter Brosens, Brecht en Sander Van Duppen en Pieter Cloeckaert. Deze vier architecten – die elk 4/5 bij een architectuurbureau werken – vormen de kern van het interdisciplinair collectief. Afhankelijk van het project gaan ze wisselende samenwerkingen aan met individuen en organisaties uit andere disciplines, zoals jeugdorganisaties bij het project Kanal Playground of lokale organisaties en een psychotherapeute in Oslo. De naam 'Ruimteveldwerk' verwijst naar het ruimtelijk werken in het ‘veld’. RVW wil vooral met de gebruikers ter plaatse samenwerken en in dialoog gaan. Deze jonge architecten focussen in hun projecten telkens op kwetsbare groepen in de publieke ruimte.

 

We spraken tweelingbroers Brecht en Sander Van Duppen en Pieter Cloeckaert over hun vroegere projecten en het – op dat moment – nog steeds evoluerende project voor Triënnale Brugge 2018.

 

BRUSSEL EN CHARLEROI

 

Ruimteveldwerk: “Ons eerste project voor Kanal Playground in Brussel volgde op een vrije oproep naar kunstenaars en ontwerpers… We richtten onze aandacht op de jeugd omdat die in Molenbeek en de hele kanaalzone te weinig ruimte hebben om te spelen. We hadden een heel ambitieus plan voor ogen: een participatieproject dat over verschillende maanden zou lopen. De jury was erdoor getriggerd, maar uiteindelijk was het niet realistisch om in de beschikbare tijd uit te voeren.”

 

“Ondertussen zochten we andere projecten om ervaring op te doen binnen het participatieverhaal.  Zo zijn we terechtgekomen bij de wedstrijd van Europan op een site in Charleroi, een interessante stad om een participatieproject uit te werken. We hebben er in de straten rondgelopen tot we door jongeren werden aangesproken. Door als naïeve, onwetende bezoekers rond te dwalen in een wijk waar weinig te beleven valt, maakten we onszelf kwetsbaar en werden we makkelijker aangesproken. Kwetsbaarheid is een breed begrip: ook jij en ik kunnen kwetsbaar zijn. Alles hangt af van de context.”

 

“Europan is een erg verouderd idee; zo’n architectuurwedstrijd voor stadsvernieuwing waarbij als inzending een beeld verwacht wordt. Op architectuurtriënnales zoals in Oslo denken de curatoren daarentegen procesmatig mee. Daar krijg je een jaar de tijd om een project te ontwikkelen. In plaats van een plan of een beeld lever je een voorstel voor een traject. Tijdens het traject kan het nog heel sterk wijzigen. Ook ons voorstel voor Brugge is heel erg veranderd. Je voelt dat de organisatie uit haar comfortzone moet komen. Wij ook trouwens, we zijn immers afhankelijk van ons doelpubliek. Zonder je doelpubliek ontmoet te hebben, kan je niet inschatten waar je gaat eindigen. De situatie van de opdrachtgever verandert doordat we direct de gebruiker gaan opzoeken. Je start dan wel met een rode draad, maar het is altijd spannend, zowel voor de curatoren als voor onszelf.”

 

OSLO

 

Ruimteveldwerk: “Voor de Architectuurtriënnale in Oslo in 2016 hebben we een voorstel gedaan rond vluchtelingen die aankomen in de stad. We wilden die met hen verkennen en een soort gids maken. Zo’n gids bestaat er al voor arme mensen en toont hen hoe je goedkoop kan leven. We wilden samen de stad onderzoeken op een manier die typisch is voor architecten: op basis van planmateriaal en tekeningen. De communicatie verloopt immers moeilijk want iedereen praat een andere taal. Door architecturale middelen op een totaal ander disciplineniveau toe te passen maken we communicatie mogelijk. Hoewel we een gids voor ogen hadden, is dat geëvolueerd tot een kaartspel. We merkten immers dat als we met mensen gingen praten ze niet zozeer behoefte hadden aan het vinden van bepaalde plekken, maar wel aan het sociaal contact dat ze met ons hadden. Dat resulteerde in een kaartenspel, waarop we– in samenspraak met locals – ook leuke plekken presenteren, zoals parken. We hebben er een structuur in gestoken. Klaveren, harten, schoppen, ruiten staan elk voor een bepaald thema. Harten zijn meer praktisch, klaveren tonen groenplaatsen, schoppen recreatie en ruiten cultuur en erfgoed. Het werkt dus ook als gids en heeft zo een dubbele laag. Het spel zet aan tot praten, maar ook de info op de kaarten kan in het gesprek sluipen. Op de triënnale hebben we dit gepresenteerd op een speeltafel die achteraf naar het asielcentrum (Oslo Mottak) verhuisd is. Zodoende diende het budget meer dan enkel de expo.”

Overzicht van de archeologische verkenning in Godshuis Sint-Trudo - Triënnale Brugge

BRUGGE

 

Ruimteveldwerk: “Het kan zijn dat we in Brugge eindigen met een paviljoen, maar dan eerder omdat het uit de bewoners kwam dan omgekeerd. We kregen de suggestie van de curatoren om rond godshuizen te werken. Godshuizen hebben een beladenheid: het zijn de sociale woningen avant la lettre. Godshuizen werden vanaf de 14de eeuw opgericht door rijke burgers of door de gilden. Vandaag worden ze door het OCMW beheerd en – nog steeds – bewoond door voornamelijk alleenstaande bejaarden. We hebben ze alle zesenveertig bezocht. Daarna hebben we drie à vier sites geselecteerd en zijn we met het OCMW gaan praten om na te gaan welke het meest geschikt waren.”

 

“Tezelfdertijd vroegen we ons af wie er in Brugge de kwetsbare mensen zijn. Als je Brugge niet kent, denk je aan het stereotiepe openluchtmuseum en bejaardentehuis. We wilden aanvankelijk toch met jongeren werken. Tezelfdertijd zijn de oudere bewoners van de godshuizen ook kwetsbaar, want alleenstaande gepensioneerden. Waarom zouden we hen niet bijeenbrengen? We vatten het plan op om met echt kwetsbare jongeren te werken via vzw De Patio. Het leek een goed idee om die jongeren te koppelen aan ouderen van wie ze kunnen leren. Bovendien hebben deze jongeren vaak geen goed contact met de ouders, maar wel met hun grootouders. Maar we merkten vrij snel dat we te veel druk zouden zetten op de jongeren. Hun engagement is zeer vrijblijvend en door hun onstabiele situatie dagen ze vaak niet op. Een traject starten met zowel godshuisbewoners als jongeren en vervolgens binnen de triënnale termijn landen met een fysieke ingreep leek ons daarom bij nader inzien niet realistisch.”

 

“Ondertussen waren we geconfronteerd geraakt met een nieuwe doelgroep, namelijk de toeristen. De godshuizen zijn gegroepeerd rond binnentuinen die tot de intieme ruimtes van de bewoners behoren. De binnentuinen zijn zowel voor- als achtertuin, de achtergevel is gesloten en alle ramen zijn gericht op de binnentuin. Voor hen zijn die binnentuinen heel belangrijk maar toch zijn ze publiek toegankelijk. Ze hebben er eigenlijk niets over te zeggen, want het OCMW vult zowel het onderhoud als de inrichting helemaal in. Soms kunnen de bewoners eens een bloempje planten, maar dat is redelijk beperkt. Het is dus moeilijke om zich die ruimte toe te eigenen en dan komt er ook nog bij dat toeristen overdag altijd toegang moeten hebben. Dat zorgt voor frustraties en er ontstaan conflictsituaties. We werken op dat conflictgebied.  We maken iets in de ruimte waardoor je de grenzen harder kunt maken, maar ook kunt vervagen en ontmoeting toelaten.”

 

“Ook belangrijk was de kwaliteit van de site. Over Brugge wordt in het algemeen gezegd dat het een stille, rustige stad is. Maar zelfs op drukkere plekken waar er veel toerisme is, bieden de tuinen van de godshuizen heel veel rust. Tegenwoordig gaan mensen soms naar het klooster waar ze met hun smartphone geen verbinding hebben met het netwerk om tot rust te komen.  In de stad zijn er ook zulke plekken waar mensen rust zoeken. Je kan echt in sociaal contact treden als je je telefoon weglaat. Door een grote kooi van Faraday te bouwen wilden we het gsm-gebruik uitschakelen. We hebben dit lang onderzocht met een stralingsfysicus. De testkooien die we gemaakt hebben, hadden wel effect op een oude gsm, maar 4G en 5G kan je niet meer verstoren op die manier. Daarvoor heb je gesloten koperen of andere metalen platen nodig. Dat kan niet met een open structuur en dus hebben we dit losgelaten. Het zit wel in ons vervolgtraject als metafoor. Als je binnenkomt in de binnentuin moet je ook je gsm achterlaten. Het is alsof je een religieuze plek betreedt. Bij het binnengaan van een moskee moet je je schoenen uittrekken, je komt ergens binnen en stelt je kwetsbaar op. Je kan dan beginnen mediteren of communiceren met de mensen die er fysiek aanwezig zijn.”

 

“Op het persbeeld staat een poortje bij de ingang tot de binnentuin. De bewoners beseffen nu ook dat het tijdens de Triënnale drukker zal worden, sommigen vrezen zelfs voor overlast. Dat poortje is een harde grens zodat je voelt dat er regels zijn. De Triënnale is georganiseerd in de publieke ruimte. We werken niet binnen een museale context en moeten duidelijk zijn, met een drempel of schoenen uitdoen ga je het niet maken.”

SINT-TRUDO

 

Ruimteveldwerk: “Sint-Trudo ligt aan de Garenmarkt. Er zijn twee aaneengeschakelde binnentuinen. Niemand heeft zich het eerste toegeëigend. In het tweede binnentuintje heeft een bewoner een terrasje kunnen creëren op de verharding en een ander heeft er een bloementuintje gemaakt. De bewoners zijn er zo in geslaagd om in dialoog met het OCMW één meter van de tuin in te palmen. We gaan dat versterken. Het terras gaan we verdubbelen. Die semipublieke plek kan afgesloten worden met onder andere een gordijn als controlemechanisme. We verleggen de grens tussen privé en publiek van de ‘voiles’ achter hun enige ramen naar de gordijnen in de tuin. Zo geven we aan de bezoekers aan: dit is het conflict. De verharding wordt in een ander materiaal toegevoegd. De bemiddelende zone is ook een dialoogruimte, het gaat niet alleen over conflict, maar ook over ontmoeting. In  Japanse huizen heb je de engawa, een tussenruimte tussen het publieke en private waar contact kan gebeuren. Eigenlijk doen we hier een beetje hetzelfde maar op een andere architecturale manier.”

Op het einde van het gesprek bekijken we nog even de uitvoeringsschetsen en aantekeningen van de ingenieur. De uitvoering komt eraan maar toch willen ze liever niet te veel ingaan op de materialisatie. Belangrijker is dat ze bewoners – en bezoekers – een ruimte geven.

 

“We maken letterlijk een kader dat de bewoners kunnen invullen. Of ze dit programma willen en wat het dan zal worden, zal tijdens de triënnale duidelijk worden.”