binnenluchtkwaliteit

Nog veel winst mogelijk op het vlak van binnenluchtkwaliteit in gebouwen

12 juli 2019

In opdracht van het Vlaams Departement Omgeving heeft NAV samen met VITO een project opgestart ter bevordering van de binnenluchtkwaliteit in scholen. Uit een enquête bij architecten blijkt alvast dat die binnenluchtkwaliteit in veel gebouwen nog fel geoptimaliseerd kan worden, zowel door ontwerpmaatregelen als door een betere uitvoering. Ontwerpers verlangen meer opleiding hierrond. Ook kan de kennis m.b.t. binnenmilieuvriendelijke labels en materialen nog een pak beter. Samen met zijn partners zal NAV nu een opleidingsaanbod uitwerken en een tool die een gezond en comfortabel binnenmilieu in schoolgebouwen moet bevorderen.

Bevraging NAV:

  • 2/3 van de bevraagde architecten geconfronteerd met technische uitdagingen m.b.t. binnenluchtkwaliteit
  • 78% van de bevraagde architecten is geïnteresseerd om opleiding te volgen om dit te verbeteren

Met de enquête wilde NAV bij ontwerpers polsen naar de kennis en de aanpak om tot een gezond binnenluchtklimaat te komen. 144 respondenten namen deel. Een aantal van de vragen gingen specifiek over scholenbouw, maar de meeste over bouwprojecten in het algemeen.

 

Labels zijn nog weinig gekend

 

Uit de resultaten blijkt dat 2/3 van de bevraagde architecten wordt geconfronteerd met technische uitdagingen m.b.t. binnenluchtkwaliteit. Vaak komen die zaken gelukkig al bij het ontwerp van een nieuw gebouw of de inspectie van een bestaand gebouw aan het licht, maar nagenoeg even vaak pas wanneer het gebouw (opnieuw) in gebruik genomen wordt. De meest voorkomende euvels zijn vocht en schimmelvorming, koolstofdioxide en minerale of asbestvezels. Fijne en ultrafijne stofdeeltjes komen volgens de bevraging in mindere mate voor.

 

Bij de oorzaken wijzen de ontwerpers naar de gebruikte bouwmaterialen (bouwafval bij afbraak, aanwezige asbesthoudende materialen…), een (foutief) gebruik van het gebouw, vocht, condensatie- en schimmelvorming, verouderde gebouwen, de ligging van het gebouw, ontwerpfouten of fouten in de uitvoering zoals te lage ventilatiedebieten, slecht uitgebalanceerde installaties of ontbrekende roetfilters.

 

Er bestaan verschillende labels om de kwaliteit van bouwmaterialen te garanderen. Ook voor materialen geproduceerd met een bijzondere aandacht voor milieuvriendelijkheid en gezondheid bestaan er specifieke labels. Deze zijn onder architecten echter zijn nog weinig gekend. Uit een lijst met 10 labels geeft 55% van de bevraagde architecten aan met geen enkel label vertrouwd te zijn. Der blaue engel is het meest gekende label bij de bevraagde architecten, gevolgd door nature plus en Ecolabel.  Slechts 5% geeft aan (een van) deze labels altijd voor te schrijven.

 

Wanneer het specifiek om ventilatie gaat, zijn de grootste problemen van akoestische aard (86%) of gaat het om tocht (58%), te droge lucht (51%) of een ontoereikend of te hoog debiet. 66% zou daarbij aan een slechte plaatsing liggen, 56% aan een gebrekkig onderhoud en 52% aan gebrek aan kennis bij de gebruiker.

 

Tijd voor actie!

 

NAV en zijn partners blijven niet bij de pakken zitten. NAV zal, in samenwerking met het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid en VITO, een programma opmaken. Dat zal erop gericht zijn om scholen(ver)bouwers aandachtig te maken voor gezonde binnenlucht in (ver)bouwprocessen. Via vorming zullen we hen informeren over het beperken van negatieve invloeden op binnenlucht en mogelijke negatieve gevolgen voor de gezondheid. Het programma wordt samengesteld op basis van ervaring en kennis uit eerdere projecten van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid, maar ook van Europese projecten. NAV werkt daarnaast ook een sensibilisatie- en informatiecampagne uit naar de brede doelgroep van architecten en ontwerpers.