Opinie

"Straks terug rechtszekerheid voor verlaagd btw-tarief bij renovatie"

Steven Lannoo, directeur NAV • 1 maart 2021

Via onze helpdesk kwamen de laatste tijd opvallend veel vragen binnen rond herkwalificaties van verbouwingen en, bijgevolg, een herziening van de btw-voet van 6% naar 21%. Naar aanleiding daarvan namen we contact op met federaal minister van Financiën Vincent Van Peteghem en de BTW-administratie. NAV vroeg daarbij om terug duidelijkheid te scheppen in toepassing van de regels hieromtrent. Ook vroegen we om, op het moment waarop de uitbreiding van het 6 % btw-tarief werd aangekondigd, geen tegenstrijdige interpretatie van de bestaande btw-regels toe te passen. NAV dringt daarnaast ook nog steeds aan op een uitbreiding van het verlaagde btw-tarief naar de erelonen van architecten.

Steven Lannoo, directeur NAV

De laatste tijd ervaren architecten en bouwheren steeds vaker dat de btw-administratie hun renovatiedossier dat naar hun verwachting onder de 6% btw-regeling ressorteert, herkwalificeert, waardoor de btw-voet plots stijgt naar 21%. NAV vroeg dit na bij de bevoegde administraties. Daarbij is gebleken dat een en ander het gevolg is van de digitale bouwaanvraag en nieuwe software. Daardoor voert de btw-administratie niet alleen meer controles uit, ze past daarbij ook striktere regels toe.

 

De spelregels om onder de 6% btw te vallen, hebben, naast een aantal begeleidende voorwaarden, betrekking op de verhouding tussen het oude en het nieuwe gedeelte en gelden alleen als de renovatiewerken nog op een relevante wijze steunen op de oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw. Een mistige omschrijving die voor uiteenlopende interpretaties vatbaar is.

 

Deze plotse en strikte herkwalificaties leiden niet alleen tot onzekerheid en een serieuze financiële opdoffer, maar staan ook haaks op de gewilde renovation wave. Kleine en energetisch meestal ontoereikende renovaties kunnen wel tegen 6%, net zoals sloop- en heropbouw. Dat vindt NAV onbegrijpelijk. Bovendien blijken bouwheren ook niet altijd vooraf een sluitend antwoord van de administratie te krijgen. De vraag stelt zich ook of dezelfde regels wel overal uniform worden geïnterpreteerd. Er mag geenszins willekeur en rechtsonzekerheid ontstaan. NAV vroeg daarom om verduidelijking bij federaal minister van Financiën Vincent Van Peteghem. Deze verduidelijkingen vind je in dit artikel.

 

Sloop en heropbouw

Het positieve nieuws is dat ondertussen ook duidelijk werd dat, wie uit de boot valt voor het tarief voor renovatie omdat de voorwaarden niet gehaald worden, in veel gevallen wél in aanmerking komt voor de regeling voor sloop- en heropbouw, waarbij dus ook 6 % geldt. Deze regeling is evenwel tijdelijk van aard en gaat gepaard met een reeks extra voorwaarden. Zo geldt het gereduceerd tarief enkel wanneer het de enige en eigen woning betreft en wanneer de totale bewoonbare oppervlakte de 200 m2 niet overstijgt. Ook moet er door de bouwheer voorafgaandelijk een verklaring ingediend worden, zodat het niet mogelijk is om na een herkwalificatie van een renovatie nog aanspraak te maken op het gunsttarief voor sloop en heropbouw. Meer over de voorwaarden voor sloop- en heropbouw vind je hier.

NAV is tevreden met de verduidelijking. Op de korte termijn, zolang de btw-regel op sloop- en heropbouw geldt, volgt de btw-tarifering zo meer een interne logica die ook in lijn is met de relancedoelstellingen van de Vlaamse en federale overheid, waarvan de bouwsector als de motor wordt gezien. Wel moet er volgens NAV op middellange termijn een herziening komen van de toepassing van het 6% tarief zodat de afweging tussen sloop en heropbouw opnieuw gebaseerd wordt op bouwtechnische, economische en ecologische argumenten en niet op fiscale argumenten. NAV dringt daarnaast ook nog steeds aan op een uitbreiding van het verlaagde btw-tarief naar de erelonen van architecten.