column

"Over de toekomst van modernistisch erfgoed"

Ir.-arch. Arnaud Tandt • 26 november 2021

Het zijn cruciale tijden voor ons modernistisch erfgoed. Hoe kunnen we ons twintigste-eeuws patrimonium bewaren voor toekomstige generaties?

Zwembad Oostende Paul Felix © Marc Felix

NAV wil op NAV.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer NAV dan via info@nav.be.

In de publieke opinie ontstond de laatste maanden veel ophef over de – voorliggende of bijna afgeronde – restauraties van het Gentse Gravensteen en het Antwerpse Steen. Op hetzelfde moment dreigt een modernistisch icoon bijna geruisloos tegen de vlakte te gaan. In Oostende heeft het stadsbestuur immers beslist om het brutalistische oud-zwembadcomplex van Paul Felix en Jan Tanghe te slopen. Ondanks verweer uit architectuur- en erfgoedmilieus, lijkt de stad Oostende zeker van haar stuk, misschien wel gesterkt door de schijnbaar lauwe interesse vanuit het grote publiek. Het zwembad dreigt een symbooldossier te worden, niet zozeer voor Oostende, dat een traditie koestert in het verwaarlozen of slopen van erfgoed, maar wel voor Vlaanderen en haar omgang met het modernistisch patrimonium.


Modernistisch erfgoed?

Opmerkelijk was hoe in de aankondiging van de sloop benadrukt werd dat het zwembadgebouw “geen beschermd monument zoals de rest van de site” is, onmiddellijk gevolgd door: “Stad Oostende wil de erfgoedwaarde van deze site graag nog versterken.” De claim is dat het zwembad geen erfgoedwaarde heeft, en er een ideale toestand is waarbij het gebouw niet – nooit – bestaan heeft.


Momenteel wordt het erfgoedbeleid herbekeken. Het beschermen van erfgoed dat sinds halfweg jaren zeventig begon is stilgelegd, mede omdat het subsidiëringssysteem financieel niet meer haalbaar zou zijn. Vraag is wat de waarde is die het modernistische patrimonium toebedeeld zal krijgen. Eeuwenoude monumenten hebben door hun leeftijd al bewezen waardevol te zijn voor de gemeenschap, die haar dan ook verder wil beschermen. Recenter erfgoed, zoals artnouveau-woningen, werd in een recent verleden zonder blozen met de grond gelijkgemaakt. Eenzelfde lot dreigt voor een deel van ons modernistisch erfgoed – zeker als het niet als erfgoed beschouwd wordt.

 

Nieuwe functie?

Het zwembad van Oostende is een interessant geval, want enerzijds is het ‘overbodig’ geworden nadat het zijn functie verloor aan een nieuw complex iets verderop. Anderzijds kan de grote hal perfect omgetoverd worden tot een (half-)open stadshal, die – ironisch genoeg – net perfect zou passen in de nieuwe parkinvulling die de stad wil geven aan de site.


De zoektocht naar een nieuwe functie, vanuit dynamisch erfgoedbeheer waarbij niet elk gebouw een museum kan worden maar op een andere manier rendabel moet zijn, is een vraag die voor meer modernistische gebouwen zal opduiken. Niet in het minst voor een resem modernistische villa’s wordt het spannend om te zien of ze – gezien hun status van pover geïsoleerde villa’s op veel te grote percelen – onze huidige opvattingen zullen overleven.

Voorstel reconversie zwembad Oostende © Marie Vandevyver

Uitdagende restauratie

Daarbij belanden we bij een ander heikel punt van modernistische gebouwen: de gebruikte constructiewijzen waren vaak innovatief en dergelijk pionierswerk is zelden duurzaam. Het is een hele uitdaging om de juiste houding te vinden tegenover deze projecten. Moeten goedkope sociale woningen heel dure restauraties ondergaan om de exacte beeldwaarde te behouden of past dit eigenlijk niet in de geest van het project? Iconische gebouwen, zoals Willy Van der Meerens Woning Roelants, rechtvaardigen dit zeker. Bij de restauratie door Callebaut architecten werd een product ontwikkeld dat de betonnen schil waterdicht maakte, net zoals Van der Meeren bedoeld had, maar nu pas – meer dan vijftig jaar later – is de technologie ook echt voorhanden.

 

Flexibiliteit

Net zoals de functie of de materialisatie van een gebouw open moet zijn voor debat, geldt dit ook voor het volledige voorkomen. Waarom de bijgebouwen niet strippen als je daarmee de magnifieke hal kan bewaren van het brutalistische zwembad in Oostende? Enkele gebouwen die absoluut bewaard moeten blijven in de staat zoals ze waren, kan je in een star keurslijf duwen, maar als je de overlevingskansen van erfgoed wilt verhogen zal enige vrijheid noodzakelijk zijn. I.s.m. architecten voegden bijvoorbeeld onlangs een verdieping toe aan Woning Van 
de Vliet van Paul Neefs, en het succesvolle resultaat verlengt het leven van dit gebouw. Een belangrijke randopmerking hierbij: nu we met zijn allen bewuster worden van onze impact als ontwerpers op materiaal- of energiegebruik, zouden we elke kans om kwaliteitsvolle gebouwen een extra leven te geven met beide handen moeten aangrijpen.

Verbouwing ‘Woning Van de Vliet’ van Paul Neefs door i.s.m. architecten © Luis Díaz Díaz

(Post-)modernistisch erfgoed

Van zodra we ons straks een houding hebben weten te geven tegenover het modernistisch erfgoed, staat trouwens al de volgende vraag te wachten. Al wat er gerealiseerd werd in de tijdsgeest en stijl van het postmodernisme, kan vandaag – zelfs in architectuurmiddens – op veel minder bijval rekenen. Onlangs werd een eerste postmodernistisch gebouw in de inventaris van het Brusselse bouwkundig erfgoed opgenomen, wat echter geen bescherming betekent. Kristiaan Borret had bij de plannen van de sloop van een deel van het – toegegeven niet bijster interessante – KBC-hoofdkwartier veelzeggend over het “afscheid van een postmodern overblijfsel uit de jaren 80, dat in de stad is neergeploft. Het is een Belgische interpretatie van een Amerikaanse interpretatie van de art deco. Boontje komt om zijn loontje. Na 25 jaar wordt het vervangen door een gebouw met een hogere kwaliteit.” Hopelijk worden de betere voorbeelden van postmodernistische architectuur op tijd naar waarde geschat.