Tussen oktober 2023 en oktober 2024 verwerkte onze helpdesk meer dan 300 vragen over de hemelwaterverordening. Hiermee was hemelwater een van de belangrijkste onderwerpen.

We stelden vast dat veel architecten nog worstelen met de nieuwe verordening. Hieronder proberen we een antwoord te bieden op tien veelvoorkomende vragen.

Toch nog twijfels? Leg je vraag steeds voor aan de adviesverlenende overheid. Zo vermijd je onaangename verrassingen. Om bij de juiste overheid advies te vragen, consulteer je best de advieskaart van de watertoets.

1. IS DE HEMELWATERVERORDENING VAN TOEPASSING BIJ EEN GRONDIGE RENOVATIE VAN EEN GEBOUW ZONDER OPPERVLAKTE-UITBREIDING?

De hemelwaterverordening is niet altijd van toepassing bij de renovatie van een gebouw. Er ontstaat vaak discussie met de vergunningverlener over wanneer die wel of niet van toepassing is. In de hemelwaterverordening staat: “De hemelwaterverordening is van toepassing op volgende handelingen: bestaande overdekte constructies verbouwen met werken aan de afwatering.” Het principe is dat de hemelwaterverordening van toepassing is als zowel de afvoeren van hemelwater als van afvalwater ingrijpend worden gewijzigd.

We sommen hieronder een aantal gevallen op waarbij de verordening van toepassing is:

  • Je plaatst een nieuwe septische put en hemelwaterput en verandert daarbij het tracé van de afvoerbuizen van zowel hemelwater als afvalwater.
  • Je stript een gebouw, waarbij alleen de muren behouden blijven, en zowat alle afvoerleidingen (hemel- en afvalwater) vernieuwd worden.

Daarentegen is de verordening niet van toepassing als:

  • Je enkel een hemelwaterput en hemelwaterpomp plaatst om de toiletten van hemelwater te voorzien.
  • Je enkel een bijkomende douche of een nieuwe badkamer plaatst.
  • Je enkel het dak vernieuwt met inbegrip van de dakafvoeren.
  • Er nieuwe rioleringsaansluitingen in de straat worden aangelegd.

Vaak blijft het natuurlijk voer voor discussie: wat valt nu precies onder een ingrijpende wijziging? Daarom is het bij twijfel aan te raden om deze vraag voor te leggen aan de adviesverlenende overheid.

C005 250513 overzicht ondiepe buizen

Figuur 1: aansluiting infiltratievoorziening met ondiepe buizen © Silvia De Nolf

2. HOE SLUIT IK DE OVERLOOP VAN DE HEMELWATERPUT AAN OP EEN BOVENGRONDSE INFILTRATIEVOORZIENING? (1 VAN 3)

Bij voorkeur worden de buizen van de afvoerpijp naar de hemelwaterput en van de hemelwaterput naar de infiltratievoorziening zo ondiep mogelijk aangebracht (zie Figuur 1). Zo kan je gravitair afwateren van de afvoerpijp tot aan de infiltratievoorziening. De buizen mogen nagenoeg vlak liggen.

C005 250513 overzicht dieper liggende buizen 2

Figuur 2: aansluiting infiltratievoorziening met dieper liggende buizen © Silvia De Nolf

3. HOE SLUIT IK DE OVERLOOP VAN DE HEMELWATERPUT AAN OP EEN BOVENGRONDSE INFILTRATIEVOORZIENING? (2 VAN 3)

Maar wat doe je als de regenwaterbuizen onder de betonplaat doorlopen? Dan liggen ze al gauw op een diepte van 60 cm. Als de infiltratievoorziening maar 50 cm diep is, hoe voer je het hemelwater dan af tot in de infiltratievoorziening?

Een wadi met ondergrondse infiltratiekoffer kan een oplossing zijn (zie Figuur 2). De wadi beschikt over een infiltratiebuis onder het bovengrondse deel. De infiltratiebuis wordt aangebracht in een infiltratiekoffer van steenslag en substraat. De buizen van de hemelwaterput naar de infiltratievoorziening worden dus ondergronds aangesloten op die infiltratiebuis. Het water infiltreert eerst ondergronds en wordt indien nodig omhooggeduwd naar het bovengrondse deel van de wadi. Enkel het bovengrondse deel wordt meegeteld voor de berekening van het volume en de oppervlakte van de infiltratievoorziening. Zo hoef je geen motivatienota toe te voegen.

4. HOE SLUIT IK DE OVERLOOP VAN DE HEMELWATERPUT AAN OP EEN BOVENGRONDSE INFILTRATIEVOORZIENING? (3 VAN 3)

Maar wat doe je als de tuin van de woning hoger ligt dan de woning en het terras?

Als de woning over een voortuin of een lagere zone in de tuin beschikt, probeer je eerst om de hemelwaterput en de infiltratievoorziening daar aan te leggen.

Als dat niet kan, kun je nog proberen om het water niet op vloerpeilniveau af te voeren, maar op het verhoogde tuinniveau naar de hemelwaterput en de infiltratievoorziening te brengen. Zo kan er toch nog gravitair afgewaterd worden.

Als ook dat niet kan, is een pomp de enige oplossing. Pompen zijn echter af te raden, zeker als het oppompniveau hoger ligt dan het vloerpeilniveau van de woning. De risico’s die daaraan verbonden zijn, zijn groot. Daarom voorziet het Technisch Achtergronddocument dat je een uitzondering kan aanvragen als een pomp technisch de enige oplossing is. Je vraagt in dat geval dus best een uitzondering aan voor een ondergrondse infiltratievoorziening onder het terras van de woning. Een goede motivatienota is daarbij cruciaal.

5. HOE ONTWERP IK EEN INFILTRATIEVOORZIENING OP EEN HELLEND TERREIN?

Op een hellend terrein kan je de infiltratievoorziening in terrassen aanleggen. Dat betekent dat verschillende kleinere bekkens of wadi’s op elkaar aangesloten worden met een overloopsysteem. In een infiltratiegracht kun je schotten aanbrengen. Het volume en de oppervlakte worden gemeten tussen het laagste punt van de schotten/terrassen en de bodem van de infiltratievoorziening.

Als de diepte van je infiltratievoorziening groter is dan 50 cm moet je aantonen dat de bodem zich niet onder grondwaterniveau bevindt. Om de diepte van de infiltratievoorziening te bepalen neem je de laagste zijde van het omliggende maaiveld.

6. UIT WELK MATERIAAL MAG DE BODEM VAN EEN INFILTRATIEVOORZIENING BESTAAN?

Een bovengrondse infiltratievoorziening wordt bij voorkeur groenblauw ontworpen met vochtminnende planten en/of grassen. Een groenblauwe infiltratievoorziening creëert natuurlijk herstel van de infiltratiecapaciteit dankzij het bodemleven, er is een duidelijke winst voor de biodiversiteit en het draagt bij tot het verminderen van de hittestress.

De bodem van een wadi wordt bij voorkeur opgevuld met substraat. Het substraat heeft de juiste korrelgrootte om goed te infiltreren maar bevat tegelijk voldoende voedingsstoffen om de beplanting te laten groeien. Onder de substraatlaag bevindt zich vaak een extra infiltratiebuis in een infiltrerende koffer. De infiltratiebuis komt uit in een controleput in de wadi. De infiltrerende koffer wordt niet meegerekend in het infiltratievolume en de infiltratieoppervlakte. Als je dat wel wil doen, moet je een gemotiveerde uitzondering aanvragen.

De bodem is sowieso best onverhard bij alle bovengrondse infiltratievoorzieningen. Wanneer de waterdoorlatendheid van de bodem gegarandeerd of (bij voorkeur) verbeterd wordt, kunnen niet-natuurlijke of half-verharde materialen gebruikt worden. Schors wordt niet aanvaard omdat het drijft op water. Als aan bovenstaande voorwaarden is voldaan en de diepte van de infiltratievoorziening kleiner is dan of gelijk aan 50 cm, kan de bodem meegeteld worden als infiltratieoppervlakte.

Let er tot slot op dat de bodem op termijn niet zal verdichten door dubbel gebruik.

  • Een waterdoorlatende verharding kan bijvoorbeeld toegepast worden bij een infiltratieveld waar een brandweerdoorgang doorheen loopt.
  • Bij een speelplein is dat dan weer moeilijk.
C005 250513 overzicht klein perceel

Figuur 3: bovengrondse infiltratiekoffers © Silvia De Nolf

7. KAN IK EEN UITZONDERING KRIJGEN VOOR EEN COMPACTE WONING OP EEN KLEIN PEREEL WAAR GEEN PLAATS IS VOOR EEN BOVENGRONDSE INFILTRATIEVOORZIENING?

Soms is een klein perceel in de bestaande toestand zo goed als volgebouwd. Het is dan heel moeilijk om nog een infiltratievoorziening te plaatsen. Als het perceel kleiner is dan 120 m² is het plaatsen van een infiltratievoorziening niet verplicht. Maar wat als je perceel groter is dan 120 m² maar toch (zo goed als) volgebouwd is? Bij nieuwbouw of uitbreiding zal meestal gevraagd worden om de footprint van het gebouw te verkleinen, maar bij een ingrijpende renovatie is dat niet mogelijk.

Als er geen ruimte is voor een groenblauwe oplossing, is dubbel gebruik van een bovengrondse infiltratievoorziening mogelijk. Je kan bovengrondse infiltratiekoffers (zie Figuur 3) in beton of kunststof aanleggen en die afdekken met afneembare roosters. Zo kan je ze combineren met een terras of oprit. Let erop dat de bodem van de koffers visueel kan geïnspecteerd worden en bereikbaar is voor onderhoud, anders wordt het systeem beschouwd als een ondergrondse infiltratievoorziening.

Als het niet bovengronds kan, omdat de plaatselijke situatie geen ruimte laat voor een infiltratievoorziening, dan kan je gemotiveerd aanvragen om een ondergrondse voorziening te plaatsen. Leg deze bij voorkeur zo ondiep mogelijk aan en zeker boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand, bijvoorbeeld via een bufferende fundering of bufferblokken onder een waterdoorlatende verharding. Bij een ondergrondse voorziening mag je de bodem niet meerekenen, behalve bij waterdoorlatende verhardingen met een bufferende fundering of bufferblokken. Daar wordt de volledige oppervlakte van de bodem meegerekend, en niet de wanden. De oppervlakte van de waterdoorlatende verharding moet in dat geval steeds bijgeteld worden bij de afwaterende oppervlakte.

Als ook daar geen ruimte voor is, moet je een uitzondering vragen om rechtstreeks te mogen afwateren naar de openbare riolering.

Denk eraan om ook dan de invloed op het watersysteem zo beperkt mogelijk te maken. Naast een waterdoorlatende verharding kun je ook een groendak of retentiedak aanleggen, met een minimaal bufferend volume van 50 l/m². De afwaterende oppervlakte van je infiltratievoorziening wordt op die manier gehalveerd. Bij een groendak is hergebruik niet verplicht. Maar de impact op het watersysteem kan verder verminderd worden door hergebruik. Een groendak kan gecombineerd worden met hergebruik voor toiletten, poetswater en buitenkranen. Gebruik je het water ook voor de wasmachine? Neem dan de nodige extra maatregelen.

8. KAN IK EEN UITZONDERING KRIJGEN VOOR EEN MEERGEZINSWONING OP EEN KLEIN PERCEEL WAAR GEEN PLAATS IS VOOR EEN BOVENGRONDSE INFILTRATIEVOORZIENING?

Bij meergezinswoningen is soms geen of weinig plaats voor een bovengrondse infiltratievoorziening. Je kan een aantal maatregelen nemen.

Bij nieuwbouw of uitbreiding opteer je in de eerste plaats voor een kleinere footprint met minder appartementen, zodat er alsnog ruimte ontstaat voor een infiltratievoorziening. Bij verbouwing is dit niet mogelijk.

Het is wenselijk om alle appartementen te voorzien van hemelwater, en niet enkel het verplichte aantal. Per aangesloten appartement mag 30 m² afgetrokken worden van de afwaterende oppervlakte van de infiltratievoorziening. Voorzie in dat geval zeker 5.000 l hemelwaterput per appartement, zelfs als dat meer is dan 100 l/m² afwaterende oppervlakte. Een maximaal hergebruik vermindert de impact van het gebouw op het watersysteem.

Als er ondanks bovenstaande maatregelen nog steeds geen plaats is voor een groenblauwe bovengrondse infiltratievoorziening, dan kan je de maatregelen uit de vorige vraag toepassen.

Als geen van deze maatregelen mogelijk zijn, dan moet je een uitzondering vragen om rechtstreeks te mogen afwateren naar de openbare riolering. Let wel: een uitzondering voor een nieuwbouw meergezinswoning ligt moeilijk. Voor projecten groter dan 1.000 m² zal bovendien steeds moeten gebufferd worden, bijvoorbeeld via een bufferkelder.

9. KAN IK EEN UITZONDERING KRIJGEN WEGENS VERDRINKINGSGEVAAR BIJ EEN BOVENGRONDSE INFILTRATIEVOORZIENING?

Veel bewoners zijn bang dat hun kinderen zullen verdrinken bij een bovengrondse infiltratievoorziening. Toch moet je niet rekenen op een uitzondering. Als er verdrinkingsgevaar ontstaat omdat de ledigingstijd groot is bij een slecht infiltreerbare bodem, kunnen andere maatregelen genomen worden.

Allereerst kan de bodem van de infiltratievoorziening verbeterd worden, zodat het hemelwater beter infiltreert. Bij een wadi breng je dan onder de bodem een ondergrondse infiltratiekoffer aan in substraat.

Daarnaast kun je ook een hoge beplanting rondom de infiltratievoorziening aanbrengen. Als er dan nog steeds verdrinkingsgevaar bestaat, kun je een afsluiting aanbrengen rondom de infiltratievoorziening of afneembare roosters plaatsen.

10. HOE BEPAAL IK HET GRONDWATERPEIL ALS MIJN INIFILTRATIEVOORZIENING DIEPER IS DAN 50 CM?

In de hemelwaterverordening staat: “Als de in rekening te brengen en aan te sluiten afwaterende oppervlakte voor de infiltratievoorziening groter is dan 1.000 m², en de infiltratievoorziening dieper dan 50 cm is, wordt in de vergunningsaanvraag aan de hand van een grondwaterpeilmeting en minstens drie infiltratieproeven aangetoond dat de wijze van aanleg verantwoord is.”

“Het infiltratievolume en de infiltratieoppervlakte van de infiltratievoorziening worden bepaald tussen de laagst gelegen afvoer en de gemiddelde hoogste grondwaterstand of de bodem van de infiltratievoorziening als die zich boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand bevindt. Tot op een diepte van 50 cm wordt geacht dat de bodem boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand gelegen is, tenzij uit de bovenstaande meting dit anders blijkt te zijn.”

Deze metingen gebeuren het beste tussen de maanden november en april. Als het in die periode niet mogelijk is om de grondwaterpeilmetingen te doen (bijvoorbeeld omdat de vergunning in november moet ingediend worden), mag de gemiddelde hoogste grondwaterstand bepaald worden aan de hand van de grondwaterstandsindicator, zoals beschreven in: Code Goede praktijk rioleringssystemen - Technische toelichting deel 3 - Bronmaatregelen - 3.10.1.2. Hiervoor is statistische software nodig.

Wanneer kan aangetoond worden dat de grondwaterstand lager is dan de bodem van de voorziening, en de ledigingstijd is kleiner of gelijk aan zes dagen, dan mogen de bodem en de wanden volledig meegeteld worden. Hoe je de ledigingstijd berekent vind je terug in het Technisch Achtergronddocument.

Silvia

Ir.-arch. Silvia De Nolf

Adviseur studiedienst

NAV

Met input van:

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is een agentschap van de Vlaamse overheid dat zich inzet voor een klimaatbestendige leefomgeving in Vlaanderen door te zorgen voor zuiver water, gezonde lucht en robuuste klimaatadaptatie.

Gerelateerde artikelen