Voor architecten is de vergunde toestand geen formaliteit, maar het vaste vertrekpunt van elk project met een bestaande context. Bij renovaties, uitbreidingen, functiewijzigingen of het herbekijken van het aantal (woon-)eenheden bouwt elke nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag voort op wat juridisch al vergund is. In de praktijk blijkt die juridische basis bij bestaande gebouwen echter vaak onduidelijk. Vergunningen ontbreken, archieven zijn onvolledig of de bestaande toestand stemt niet (meer) overeen met wat ooit werd vergund.
Vermoeden van vergunning
De Vlaamse regelgeving biedt in zulke situaties een cruciaal instrument: ‘het vermoeden van vergunning’. Wanneer kan worden aangetoond dat een constructie dateert van vóór 22 april 1962 (onweerlegbaar vermoeden) of uit de periode 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het toepasselijke gewestplan (weerlegbaar vermoeden), ontstaat rechtszekerheid. Dit laat toe om nieuwe vergunningsaanvragen correct te enten op een juridisch robuuste basis. In zo’n geval kan die toestand ook worden opgenomen in het vergunningenregister als ‘vergund geacht’.
Deze wegwijzer biedt houvast. Hij gidst architecten door de begrippen ‘vermoeden van vergunning’ en ‘vergund geacht’, verduidelijkt de voorwaarden en bewijslast, en maakt duidelijk wat dit betekent voor dossieropbouw en planopmaak. Ook voor zonevreemde woningen is dit vaak doorslaggevend: een vergund of vergund geacht vertrekpunt vormt daar meestal de sleutel tot verdere ontwikkelingsmogelijkheden.
Juridisch stevige basis
Deze wegwijzer is opgevat als een praktisch instrument. De flowcharts vormen het primaire beslissingskader; de toelichtingen en definities – die we achteraan hebben gebundeld en waarnaar we in de tekst verwijzen via voetnoten – bieden context en juridische duiding waar nodig. Ze vervangen geen juridisch advies, maar ondersteunen een consistente en onderbouwde dossieropbouw van bij de start.