Donderdag 16 juli stemt de Kamer over de definitieve teksten van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek. Daarmee komt een dossier dat NAV al jarenlang van nabij opvolgt tot een voorlopig einde.

Een dossier met een lange voorgeschiedenis

Vanaf de eerste voorstellen in april 2024 hebben wij gewaarschuwd voor de verregaande gevolgen voor architecten en gepleit voor een evenwichtiger regeling van de aansprakelijkheden. Die inspanningen hebben resultaat opgeleverd. Hoewel niet al onze bezorgdheden werden weggewerkt, zijn op verschillende cruciale punten belangrijke verbeteringen gerealiseerd.

Toen de eerste ontwerpen van Boek 7 werden gepubliceerd, stelde NAV meteen vast dat verschillende bepalingen een aanzienlijke verzwaring van de aansprakelijkheid van architecten konden meebrengen. Daarom formuleerden wij vanaf het begin concrete voorstellen om de teksten juridisch evenwichtiger en werkbaarder te maken.

Wij deden dat niet alleen via eigen juridische analyses en standpunten, maar ook tijdens overleg met de betrokken kabinetten, parlementsleden en andere stakeholders. Daarbij vertrokken we steeds van één uitgangspunt: een modern contractenrecht is noodzakelijk, maar mag niet leiden tot een onevenwicht waarbij architecten steeds meer verantwoordelijkheden dragen zonder voldoende rechtszekerheid.

Aantal verbeteringen in de definitieve tekst

De definitieve tekst toont aan dat onze inspanningen niet zonder gevolg zijn gebleven. Op verschillende belangrijke punten werd het wetsvoorstel aangepast in de richting die NAV had voorgesteld.

1. Meer evenwicht in de uitvoering van opdrachten

NAV vroeg meer aandacht voor de onafhankelijke positie van de architect. De wet werd op dat vlak merkelijk verbeterd.

Zo werd verduidelijkt dat de wederzijdse verplichtingen steeds moeten worden beoordeeld "naargelang de aard en de strekking van het contract". Daardoor kan ook rekening worden gehouden met de professionele hoedanigheid van de opdrachtgever bij de beoordeling van de wederzijdse verantwoordelijkheden. Die nuance ontbrak tot nu toe.

Daarnaast bevestigt de wet uitdrukkelijk dat een opdrachtnemer zijn opdracht uitvoert met eerbiediging van diens onafhankelijkheid. Een opdrachtgever kan dus niet eenzijdig instructies opleggen. De architect behoudt de mogelijkheid om onaangepaste of kennelijk onredelijke instructies te weigeren of onder voorbehoud uit te voeren. Dat is een belangrijke waarborg in situaties waarin een architect onder druk dreigt te worden gezet.

Ook positief is dat de wet bevestigt dat de opdrachtgever in principe zelf instaat voor de coördinatie wanneer meerdere opdrachtnemers betrokken zijn, tenzij partijen daar contractueel anders over overeenkomen. Dat voorkomt dat deze verantwoordelijkheid automatisch bij de architect terechtkomt. Uiteraard kunnen partijen overeenkomen dat de architect deze taak opneemt, maar het is voortaan duidelijk dat dit geen wettelijke verplichting is en hier in principe extra ereloon tegenover moet staan.

2. Meer rechtszekerheid rond oplevering

Een belangrijk resultaat is ook dat de wet eindelijk een duidelijk aanknopingspunt creëert voor de aanvaarding van de architectenopdracht.

NAV heeft met succes verdedigd dat de aanvaarding van de aannemingswerken – behoudens tegenbewijs – eveneens geldt als aanvaarding van de architectenopdracht. Daardoor ontstaat een duidelijk vertrekpunt voor de aansprakelijkheid van de architect, ook wanneer zijn opdracht niet afzonderlijk formeel wordt opgeleverd.

Dat betekent een belangrijke versterking van de rechtszekerheid voor architecten.

3. Andere nuttige verduidelijkingen

Ook op verschillende andere punten werden onze opmerkingen gevolgd of gedeeltelijk gevolgd, onder meer inzake:

  • de verduidelijking van bepaalde veiligheidsverplichtingen binnen de grenzen van de concrete opdracht, zodat geen bijkomende algemene veiligheidsverplichting wordt opgelegd aan architecten;
  • de verruiming van het toepassingsgebied van de regeling inzake de tienjarige aansprakelijkheid, waardoor niet langer uitsluitend de aannemer en de architect onder die regeling vallen. De concrete impact daarvan zal de praktijk nog moeten uitwijzen;
  • een duidelijker kader voor de heronderhandeling van forfaitaire prijzen.

Niet alles is opgelost …

Ondanks deze verbeteringen blijven een aantal fundamentele bezwaren overeind.

De hervorming waarvoor NAV had gepleit, is er uiteindelijk niet gekomen.

Zo blijft het conformiteitsbegrip ruim geformuleerd, worden bijkomende algemene verplichtingen ingevoerd die volgens NAV weinig meerwaarde hebben en blijven verschillende bepalingen voor interpretatie vatbaar. Ook een aantal voorstellen van NAV om meer rechtszekerheid te creëren, werd uiteindelijk niet gevolgd.

Vooral het behoud van de hoofdelijke aansprakelijkheid, zowel voor niet-stabiliteitsbedreigende (voorheen de lichte verborgen gebreken) als voor stabiliteitsbedreigende gebreken, blijft volgens ons een gemiste kans om de aansprakelijkheden eerlijker te verdelen.

Ook het feit dat de wetgever niet heeft gekozen voor vaste termijnen bij gebreken valt te betreuren. NAV had aangedrongen op een eenvoudiger, duidelijker en juridisch voorspelbaarder systeem met vaste termijnen en minder onzekerheid. Die structurele hervorming is uitgebleven.

Tot slot laten bepaalde bepalingen over de dubbele oplevering en de tienjarige aansprakelijkheid nog vragen open die vermoedelijk pas door de rechtspraak zullen worden uitgeklaard. Dat is jammer, aangezien de wetgever net transparante, heldere en toegankelijke wetgeving voor ogen had.

… maar oorspronkelijke teksten waren veel problematischer

Wanneer we de definitieve wet vergelijken met de ontwerpen die de afgelopen jaren op tafel lagen, is duidelijk dat NAV de grootste angels uit de uiteindelijke tekst heeft kunnen halen.

Verschillende bepalingen die voor architecten bijzonder nadelig dreigden uit te vallen, werden aangepast of genuanceerd. Op andere punten werden belangrijke verduidelijkingen toegevoegd die de rechtszekerheid vergroten.

Dat betekent niet dat NAV tevreden is met elke bepaling van Boek 7, maar wel dat het intensieve werk van de voorbije jaren heeft geleid tot een aanzienlijk evenwichtigere eindtekst dan de ontwerpen waarmee het parlementaire traject begon.

Wanneer van kracht?

Boek 7 treedt normaal gezien binnen een goed jaar in werking (twaalf maanden na publicatie in het Belgisch Staatsblad).

NAV blijft de verdere uitvoering opvolgen

Met de stemming van Boek 7 eindigt dit dossier niet.

Heel wat nieuwe bepalingen zullen de komende jaren nog door de rechtsleer en de rechtspraak moeten worden ingevuld. NAV zal deze evoluties nauwgezet blijven opvolgen en jou blijven informeren over de praktische gevolgen.

Waar nodig zullen wij ook blijven aandringen op bijkomende verbeteringen wanneer de nieuwe regeling in de praktijk tot problemen leidt. Zoals steeds blijft NAV zich inzetten voor een juridisch kader dat kwalitatief bouwen én rechtszekerheid voor architecten garandeert.