Heb je onlangs een ‘klein gelukje’ meegemaakt op de werf, tijdens het tekenen of bij een andere taak?

“Tijdens een werfbezoek aan een eengezinswoning met een complex, geometrisch dak voelde ik hoe fijn deze job kan zijn. Ik had de bestaande toestand van de woning volledig opgemeten en uitgetekend, en merkte tijdens de uitvoering dat de aannemers me met respect behandelden. Niet als ‘de stagiair’, maar als een volwaardig architect. Ze stelden vragen, luisterden naar mijn antwoorden en namen me serieus.”

“Wat me ook opvalt, is hoe sterk de collegialiteit in de bouwsector is. Je stagemeester leidt je op, maar ook andere ervaren architecten, aannemers en andere bouwpartners nemen tijd om zaken uit te leggen. Zowat iedereen in het bouwproces neemt je onder zijn vleugels. Dat maakt de stage ongelooflijk waardevol.”

Op welk moment tijdens je stage dacht je: “Hier doe ik het voor”?

“Onlangs kwam een klant bij ons terecht die al bij meerdere architecten en interieurarchitecten was geweest met zijn idee voor een bouwproject. Niemand kon zijn visie vatten. Ik mocht een voorontwerp maken en heb vooral geluisterd: hoe wil hij zich in die ruimte bewegen? Welk gevoel moet ze oproepen? Ik gebruikte ook beeldende communicatie, want hoe hij het ziet en hoe ik het zie, dat verschilt.”

“Toen alles klikte en ik het ontwerp kon afstemmen op wat hij écht bedoelde, voelde dat fantastisch. De klant was zichtbaar opgelucht en blij, het was precies wat hij zocht. Zijn glimlach gaf me zo veel voldoening, daar doe ik het voor.”

Welk gebaar of compliment van een collega, stagemeester, ingenieur of aannemer betekende veel voor jou?

“Bij mijn eerste stageplaats gaf de technisch directeur tijdens een teamevent spontaan een compliment over mijn werkhouding, leergierigheid en gedrevenheid. Collega’s vulden dat aan. Dat raakte me. Ik probeer altijd bij te blijven met nieuwe trends en technologieën, maar ik merk dat sommige bureaus sneller vasthouden aan vaste oplossingen. Als je dan vernieuwende ideeën kan aanbrengen en ze blijken nuttig, dan wordt dat geapprecieerd. Ze zeiden zelfs dat er altijd een deur voor me openstaat, ook al zochten ze vooral iemand met ervaring. Dat voelde als echte waardering.”

Welke taak voelde in het begin lastig, maar lukt je nu al goed en geeft je zelfs een boost?

“De beschrijvende nota voor een omgevingsvergunning opstellen vond ik echt moeilijk. Het is belangrijk, want het is vaak het eerste document waar een omgevingsambtenaar naar kijkt samen met het inplantingsplan. Maar in de opleiding wordt daar nauwelijks op ingegaan. Door het vaak te doen, feedback te krijgen van mijn stagemeester en versies te vergelijken, begon ik stilaan vertrouwen te krijgen. De opleiding EHBO – Eerste Hulp bij Omgevingsaanvragen – bij NAV was een kantelpunt. Plots vielen alle puzzelstukken in elkaar en dat gaf me zo’n boost. De stress verdween en ik kreeg er zelfs plezier in. Als je weet wat je doet en waarom, werk je zoveel rustiger.”

Was er al een moment waarop de theorie uit je opleiding perfect toepasbaar bleek in de praktijk?

“Ja, bijvoorbeeld voor de detailopbouw van een waterkering. In de opleiding leer je de principes, maar op de werf merk je hoe divers de uitvoeringen zijn. Elke aannemer heeft zijn eigen stijl en redenering. Op een werf werd een waterkering op een andere manier geplaatst dan ik gewend was. Ik ging in gesprek met de aannemer: waarom pakte hij het zo aan? Door mijn theoretische basis kon ik zijn redenering beter begrijpen én mee nadenken over een verbetering. Dat is een fijn gevoel: dat je mee in het gesprek staat.”

Wat wist je niet voor je aan je stage begon, maar blijkt nu een onverwachte meevaller of schot in de roos te zijn?

“In de opleiding nemen we vaak veel tijd om een analyse en een sterk concept uit te werken, maar in de praktijk merk je dat dat niet altijd kan. Je komt terecht in een ondernemende omgeving, waar deadlines, vergunningsprocedures en financiële haalbaarheid mee de toon zetten. Zeker nu: veel bouwaanvragen moeten vóór 1 januari binnen zijn, waardoor er extra druk ontstaat.”

“Aanvankelijk vond ik dat best uitdagend, maar eigenlijk is het ook een meevaller. We zijn opgeleid om flexibel te zijn, en dat komt hier perfect van pas. Je leert snel schakelen, begrijpt beter hoe een kantoor functioneert en je groeit mee met het ritme van de praktijk. Die flexibiliteit blijkt een veel grotere troef dan ik op voorhand had gedacht.”

Heb je een tip voor andere stagiairs?

“Investeer in jezelf, zeker in je eerste jaren. Iedere vaardigheid die je ontwikkelt, maakt je sterker en zelfverzekerder. Ik vergelijk het met een plant: je plant zaadjes door kennis te verzamelen, je geeft water door consequent te blijven bijleren. Je groeit stap voor stap, niet te snel. En na een tijdje pluk je de vruchten van je inspanningen. Door te focussen op je ontwikkeling merk je die kleine gelukjes en je vooruitgang sneller op. Je voelt dat elke dag en elke inspanning bijdraagt aan je groei als architect.”