Terwijl Vlaanderen werkt aan een grondige hervorming van zowel de energie- als de materiaalregelgeving, trekt NAV aan de alarmbel. We hebben de voorbije weken en maanden onze bezorgdheden aangekaart bij verschillende kabinetten en Vlaamse parlementsleden. De boodschap is telkens dezelfde: als energie- en materiaalprestatie dezelfde klimaatdoelstelling dienen, moeten ze ook geïntegreerd worden uitgewerkt.

Europese regelgeving zet Vlaanderen aan het werk

Met de herziening van de Europese EPBD-richtlijn legt Europa de lat hoger. Niet alleen het energieverbruik tijdens de gebruiksfase van gebouwen moet verder dalen, ook de klimaatimpact van bouwmaterialen komt nadrukkelijker in beeld.

Vanaf 1 januari 2028 wordt voor nieuwe gebouwen groter dan 1.000 m² een berekening van het life-cycle Global Warming Potential (GWP) verplicht. Vanaf 2030 geldt die verplichting voor alle nieuwbouwprojecten. Die berekening brengt de klimaatimpact van een gebouw over zijn volledige levenscyclus in kaart, uitgedrukt in CO₂-equivalenten.

Tegelijk moet Vlaanderen ook zijn energieprestatieregelgeving aanpassen aan dezelfde Europese richtlijn. Zo zal een woning met een fossiele verwarmingsinstallatie, zoals een condenserende gasketel, vanaf 2030 niet langer in aanmerking komen voor een A-label. Europa verwacht bovendien dat gebouwen hun energievraag verder beperken, maximaal gebruikmaken van hernieuwbare of koolstofvrije energie en beter inspelen op signalen van het energienet.

VEKA werkt weliswaar aan vereenvoudiging...

Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) wil deze hervorming aangrijpen om de huidige EPB- en EPC-regelgeving grondig te vereenvoudigen.

De ambitie is duidelijk: evolueren naar één berekeningsmethodiek, één beleidsinstrument en één softwareomgeving die de energieprestatie van woningen gedurende hun volledige levensduur opvolgt. Daarmee wil VEKA komaf maken met het huidige "black box"-karakter van de regelgeving en de administratieve lasten beperken.

NAV ondersteunt die ambitie. Architecten hebben nood aan transparante, begrijpelijke en werkbare instrumenten.

... maar hoe sluit materiaalprestatie daarop aan?

Precies daar wringt het schoentje nog. Terwijl VEKA bouwt aan één geïntegreerd energie-instrument, wordt tegelijk gewerkt aan een beleidskader voor materiaalprestatie onder bevoegdheid van minister Jo Brouns en OVAM. Beide trajecten dragen bij aan dezelfde Europese klimaatdoelstelling. Toch is vandaag nog onduidelijk hoe ze uiteindelijk op elkaar zullen aansluiten.

VEKA schuift interoperabiliteit tussen systemen naar voren als belangrijk uitgangspunt. NAV beschouwt dat als een noodzakelijke minimumvoorwaarde. Databanken moeten uiteraard met elkaar kunnen communiceren. Maar interoperabiliteit alleen volstaat niet om tegenstrijdige beleidskeuzes te vermijden. Architecten hebben nood aan één consistente beoordelingslogica. Een maatregel die positief wordt beoordeeld vanuit energieoogpunt mag niet tegelijk worden ontmoedigd vanuit een afzonderlijk materiaaltraject, en vice versa.

NAV trekt aan de alarmbel

De voorbije maanden hebben we ons punt herhaaldelijk onder de aandacht gebracht bij debevoegde administraties VEKA en OVAM en de betrokken beleidsmakers. Zo gingen we hierover in gesprek met de kabinetten van ministers Bonte, Brouns en Weyts. Daarnaast werd het thema ook parlementair aangekaart.

Onze boodschap is telkens dezelfde: als energieprestatie en materiaalprestatie bijdragen aan dezelfde klimaatdoelstelling, dan moeten ze ook van bij de start inhoudelijk op elkaar worden afgestemd.

De Vlaamse Regering heeft inmiddels aangegeven dat er geen afzonderlijk materiaalprestatieattest komt en evenmin een aparte materiaalprestatie-deskundige. Dat is een belangrijke stap. Maar voor NAV blijft de kernvraag open: hoe zullen energie- en materiaalprestatie samen worden beoordeeld en aangestuurd? Wij blijven aandringen op een échte vereenvoudiging met gedeelde definities, productdatabanken, rapportering en uitgangspunten. Architecten krijgen al meer dan genoeg complexiteit op hun bord.

Laura foto nieuwe website

Laura De Wilde

Adviseur studiedienst

NAV