Liese Nouwen van LINO-architecten was nog maar een half jaar stagiair-af toen ze haar eerste eigen projecten mocht begeleiden. Dat bracht de nodige uitdagingen met zich mee. Zo moest ze zich verdiepen in een bouwmethode die tijdens haar opleiding nauwelijks aan bod was gekomen en kreeg ze te maken met een dossier dat had kunnen uitmonden in een aansprakelijkheidskwestie. Haar belangrijkste les? “Laat je goed omringen. Je hoeft als starter niet alles te weten.”
Liese, je eerste project was meteen een uitdaging: staalbouw. Wat gebeurde er?
“Mijn eerste opdrachtgevers wilden een privéwoning bouwen. Aanvankelijk was die ontworpen als een klassieke gemetste woning, maar toen de offertes binnenkwamen, besloten ze toch voor staalbouw te kiezen. De vader van een van de opdrachtgevers werkte bij een staalfirma en bovendien zagen ze mogelijkheden om zelf een deel van de afwerking uit te voeren.
Tijdens mijn opleiding had ik wel geleerd hoe staalbouw werkt in een industriële context, maar niet voor een eengezinswoning. Dan krijg je plots te maken met vragen rond isolatie, luchtdichtheid en koudebruggen. Ik geef toe dat ik even in paniek was, maar ik heb nooit overwogen om het project door te geven. Integendeel, ik zag het als een uitdaging.”
Hoe heb je het aangepakt?
“Vooral door veel vragen te stellen. Ik ben gaan samenzitten met verschillende uitvoerders en heb hen gevraagd hoe zij bepaalde aansluitingen en details zouden uitvoeren. Vervolgens toetste ik hun voorstellen af aan de principes die ik tijdens mijn opleiding en in de praktijk had geleerd.
Toen ik tijdens de uitvoering een mogelijke koudebrug ontdekte, heb ik ook een EPB-verslaggever ingeschakeld. Dat is meteen mijn belangrijkste advies aan starters: probeer niet alles alleen op te lossen. Er zijn heel wat experts die je kunnen helpen. Maak daar gebruik van.
Je hoeft niet alle verantwoordelijkheden alleen te dragen. Stel vragen, overleg met mensen die meer ervaring hebben en doe dat liefst vóór de werf start. Dat geeft veel meer gemoedsrust.”
Tijdens je tweede project kreeg je te maken met twee uitvoeringsfouten. Hoe ben je daarmee omgegaan?
“Mijn tweede project was een halfopen nieuwbouwwoning in houtskeletbouw. Enkele maanden na de oplevering werden scheuren vastgesteld in de gipskartonplaten van het hellend dak. De nieuwe eigenaars contacteerden mij en ik heb meteen een externe stabiliteitsingenieur en de aannemer betrokken. Al snel bleek dat de aannemer een uitvoeringsfout had gemaakt. Dat probleem werd opgelost, maar enkele maanden later dook een nieuw probleem op: waterinsijpeling boven de voordeur. Ook dat bleek uiteindelijk te herleiden tot een uitvoeringsfout.
Alles raakte opgelost, maar het deed me wel beseffen hoe belangrijk het is om problemen grondig te onderzoeken en de juiste experten erbij te halen. Ik besef ook dat het anders had kunnen aflopen en dat ik mogelijk zelf aansprakelijk gesteld had kunnen worden.”
Welke les heb je daaruit getrokken?
“Dat een extra controle nooit kwaad kan. Zeker wanneer je samenwerkt met gespecialiseerde bouwfirma's die zelf de stabiliteitsberekeningen uitvoeren.
Vandaag zou ik sneller een onafhankelijke ingenieur inschakelen om berekeningen na te kijken. Niet omdat ik iemand niet vertrouw, maar omdat een tweede paar ogen soms net dat ene probleem ziet dat anders onopgemerkt blijft.”
Zou je nog dingen anders doen dan toen?
“Absoluut. Als ik vandaag opnieuw een woning in staalbouw zou ontwerpen, zou ik meer aandacht besteden aan de positionering van de betonpanelen zodat de naden minder zichtbaar zijn. Dat zijn dingen die je pas echt leert wanneer je een project gerealiseerd ziet.
Maar perfect wordt een project nooit. Soms kiezen opdrachtgevers andere materialen dan jij voor ogen had of maken ze keuzes die je zelf niet zou maken. Dat hoort erbij.
Als architect wil je natuurlijk mooie projecten realiseren en daar later foto's van maken. Zeker als starter kijk je uit naar projecten die je portfolio kunnen versterken. Maar uiteindelijk draait het daar voor mij niet om. Het belangrijkste blijft dat je een thuis creëert waar mensen zich goed voelen.”
Heb je nog tips voor stagiairs?
“Durf kritisch te kijken naar je stageplaats. Ik heb tijdens mijn stage in drie verschillende kantoren gewerkt. Niet uit vrije keuze, maar omdat er telkens te weinig werk was. Achteraf bekeken ben ik daar dankbaar voor, want het heeft me geholpen om te ontdekken wat ik echt graag doe.
In het eerste kantoor voelde ik me niet helemaal op mijn plaats. In het tweede werkte ik mee aan grote openbare projecten, maar ontdekte ik dat mijn interesse elders lag. Pas in het derde kantoor vond ik wat ik zocht: een sterke focus op eengezinswoningen en veel betrokkenheid bij de uitvoering op de werf.
Daar heb ik de praktijkervaring opgedaan die ik nodig had om mijn eerste eigen projecten aan te pakken. En dat is misschien mijn belangrijkste boodschap voor starters: wacht niet tot je het gevoel hebt dat je alles weet. Dat moment komt waarschijnlijk nooit.
Op een bepaald moment moet je gewoon springen.”
Katrien Depoorter
Projectmanager pers en communicatie
Netwerk Architecten Vlaanderen