De Vlaamse overheid wil dat de bouwsector werk maakt van levenscyclusberekeningen voor vergunningsplichtige nieuwbouw. De herziene Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD) zal uiterlijk mei 2026 omgezet worden naar Vlaamse wetgeving, via een aanpassing van het Materialendecreet en VLAREMA.

Als architect zul je de impact hiervan nog niet direct voelen, want concrete verplichtingen volgen pas in de jaren na 2026. Toch ben je best al op de hoogte van wat er verandert, zodat je tijdig kan anticiperen op deze wetgeving.

In dit artikel zetten we daarom al even de consequenties op een rij, en sommen we op wat NAV onderneemt om deze wetgeving werkbaar te maken (lees: om een tweede EPB-debacle te voorkomen).

Verplichte materiaalprestatieberekening in Totem

Om in 2050 een koolstofvrij gebouwenpark te realiseren, zal in Vlaanderen vanaf 2030 een routekaart van kracht gaan die verplicht tot het beperken van de materiaalimpact van nieuwe gebouwen. Een M-peil dus. Dit zal in eerste instantie enkel van toepassing zijn op nieuwe gebouwen, maar zal mogelijk nog uitbreiden naar renovatieprojecten.

Het gaat hierbij over de materiaalimpact over de volledige levenscyclus (van productie tot en met eindeleven), met een specifieke focus op de milieu-indicator LC-GWP (Life Cycle Global Warming Potential of koolstofemissie).

Voor nieuwe gebouwen groter dan 1.000 m² start het verhaal al vroeger. Vanaf 2028 zal dit impactcijfer al op het (hervormde) EPC-Bouw moeten staan, maar wordt het nog niet begrensd.

Om in België tot vergelijkbare resultaten te komen, ontwikkelde de Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), samen met partners in de andere gewesten, de gratis webtool Totem (Tool to Optimise the Total Environmental Impact of Materials), die hoogstwaarschijnlijk de verplichte tool zal worden. In deze software kan je gebouwelementen (vloeren, wanden, daken, …) zelf samenstellen of selecteren uit een bibliotheek, en ze op basis van generieke en/of specifieke productdata (uit Belgische EPD’s) evalueren op LC-GWP en totale milieu-impact.

Het Vlaamse wetsvoorstel stuurt aan op een berekening in twee stappen:

  1. een voorafberekening bij het ontwerp, gedeclareerd in de startverklaring EPB;
  2. een rapportage-uitvoering in de as-builtfase.

Dit stimuleert ontwerpers om al in een vroeg stadium de milieu-impact van verschillende bouwsystemen en materiaalkeuzes af te stemmen op andere ontwerp­overwegingen.

Nieuwe erkenning als materiaalprestatiedeskundige (MPD)

De wetsvoorstellen zijn in grote mate gebaseerd op de EPB-wetgeving. In Vlaanderen zal het mogelijk zijn een erkenning als materiaalprestatiedeskundige te behalen bij een bevoegde certificatie-instelling. Enkel deze deskundige krijgt het mandaat om de nodige berekeningen en rapportering te doen, maar er wordt wel naar architecten gekeken om de eerder genoemde voorafberekening aan te leveren. De vergunningsaanvrager is verplicht tijdig een MPD aan te stellen die bijstaat in het onderbouwen van de materiaalkeuzes.

Staat dit al vast?

De krijtlijnen zijn uitgetekend, maar aan de details van de rapportageplicht, de procedure, de uitzonderingsmogelijkheden en de nationale routekaart wordt momenteel nog getimmerd. Die routekaart moet uiterlijk 1 januari 2027 vastliggen.

Wat kan je nu al doen?

We raden aan om in eigen projecten al aan de slag te gaan met Totem. Via de website www.totem-building.be kan je een gratis basisopleiding volgen, FAQ’s consulteren en een account aanmaken waarmee je de tool zelf onmiddellijk kan gebruiken.

Alle feedback om de tool te verbeteren mag je bezorgen aan het totem-team.

Blijf echter waakzaam en gebruik je expertise en ervaring als architect. De software steunt op wetenschappelijk onderbouwde aannames, maar is daarom niet heiligmakend. Een lagere materiaalimpact betekent immers niet per se een kwalitatief product of ontwerp, dat bouwtechnisch duurzaam, veranderingsgericht of onderhouds- en herstelvriendelijk is.

Wat doet NAV?

NAV pleit voor een ambitieuze, maar ook haalbare en logische omzetting en dringt aan op een samenwerking tussen OVAM en het energieagentschap VEKA. Aan de zijlijn trachten we ook de doorontwikkeling van de Totemtool afgestemd te krijgen op de specifieke noden van ontwerpers.

Wat wij graag terugzien in deze omzetting:

Haalbaar:

  • Een focus op de vaste gebouwelementen (lange levensduur) en niet de kunstgrepen met technieken (kortere levensduur).
  • Een realistische en dus beperkte modelleringsplicht in de ontwerpfase.
  • De gelijkstelling van het masterdiploma in de bouw aan de erkenning als MPD-ontwerp.

Logisch:

  • Centraal beheer van de lopende erkenningen als MPD.
  • Eén advies en administratieve afhandeling voor materiaal- en energieprestatie.
  • Geen verzwaring van de omgevingsvergunning.
  • Eén transparante rekenmethodiek, in een voor ontwerpers gebruiksvriendelijke en koppelbare tool.
  • Eenzelfde beleid voor energie- en materiaalprestatie in alle gewesten.

Ambitieus:

  • Verplichte declaratie van LC-GWP én de totale milieu-impact (voor zover er betrouwbare data beschikbaar zijn).
  • Premies voor renovaties met een lage materiaalimpact (maar houd ze administratief licht).
  • Een plan van aanpak om de theoretische aannames aan te scherpen met praktijkervaring uit binnen- en buitenland.

Het is een goede zaak dat ons collectief begrip van de impact van bouwen breder getrokken wordt dan enkel de verbruiksfase. Hoewel deze nieuwe wetgeving het algemeen belang dient, zal het onvermijdelijk ook effect hebben op de bouwkost van nieuwbouw. NAV volgt dit nauw op en blijft actief betrokken om erop toe te zien dat de omzetting werkbaar blijft.

Je moet ingelogd zijn om deze pagina te kunnen raadplegen.

Login

Nieuwe account aanmaken?

Sien

Sien Cornillie

Adviseur studiedienst

Netwerk Architecten Vlaanderen