Uitdagende discipline
Vlaanderen wil tegen 2042 56.000 extra sociale woningen realiseren. Die ambitie betekent niet alleen een grote bouwopgave, maar ook een groeiende vraag naar architecten die vertrouwd zijn met sociale woningbouw. Toch blijft het segment voor veel ontwerpers relatief onbekend terrein. Onterecht, vindt architect Philippe Brysse (A2D Architects), die al jaren ervaring heeft met sociale woonprojecten. “Wie erin slaagt om binnen alle beperkingen die er zijn sterke projecten neer te zetten, beheerst volgens mij echt het vak.”
Dat sociale woningbouw architecturaal minder interessant zou zijn, begrijpt Brysse niet. Integendeel. Net de combinatie van strikte regelgeving, beperkte budgetten en hoge verwachtingen maakt het volgens hem een van de meest uitdagende disciplines binnen de architectuur. “Je werkt binnen een sterk kader van regelgeving, technische vereisten en budgettaire beperkingen, waardoor de ontwerpvrijheid soms beperkt is”, zegt hij. “Net daarin zit voor mij de uitdaging: hoe maak je binnen die realiteit toch architectuur die werkt, die genereus aanvoelt en die meer biedt dan het absolute minimum?”
Ontwerpmatige intelligentie
Volgens Brysse leeft nog te vaak het beeld dat sociale woningbouw vooral technisch, bureaucratisch en beperkend is. Maar goede sociale woningbouw vraagt volgens hem net bijzonder veel ontwerpmatige intelligentie. “De echte uitdaging zit erin om binnen een strak keurslijf toch projecten te realiseren die op meerdere niveaus kwaliteit brengen: stedenbouwkundig, architecturaal, sociaal en functioneel.” Dat vraagt ook een andere manier van ontwerpen. Innovatie zit volgens hem zelden in spectaculaire architecturale gestes, maar eerder in eenvoud, efficiëntie en slimme oplossingen. “Je weet waar de grenzen liggen en daarbinnen zoek je naar de ruimte waar nog kwaliteit en creativiteit mogelijk zijn.”
Philippe Brysse (A2D Architects)
Meer inhoudelijke vrijheid
Ook de samenwerking met woonmaatschappijen speelt daarin een belangrijke rol. Die ervaring verschilt volgens Brysse sterk van opdrachtgever tot opdrachtgever. “Sommige maatschappijen zijn zeer professioneel, denken actief mee en dragen het project echt inhoudelijk mee. Dan ontstaat er een constructieve samenwerking waarbij iedereen hetzelfde doel voor ogen heeft.” Maar het moet gezegd dat andere trajecten wel eens moeizamer verlopen. “Er zijn ook maatschappijen waarbij je voortdurend moet trekken en duwen om beslissingen genomen te krijgen of vooruitgang te boeken. Dat kan bijzonder frustrerend zijn.”
Tegelijk merkt Brysse dat sociale woningbouw architecten soms net meer inhoudelijke vrijheid geeft dan private woningbouw. “Discussies worden minder vanuit individuele voorkeuren gevoerd”, zegt hij. “Maar die vrijheid moet natuurlijk genuanceerd worden vanwege het strakke keurslijf: de beperkte budgetten, de strikte regelgeving en de nood aan zeer onderhoudsvriendelijke gebouwen.”
Langblokken in Antwerpen
Hoe groot de impact van een ambitieuze opdrachtgever kan zijn, ervoer Brysse onder meer bij de renovatie van de Langblokken in Antwerpen, vier modernistische gebouwen van ongeveer 200 meter lang, ontworpen door Hugo Van Kuyck in de jaren 1950. “Dit is een samenwerking met ARCHITECTENBUREAU VANHECKE & SULS. Met veel respect voor het oorspronkelijke ontwerp maken we de gebouwen opnieuw futureproof”, zegt hij. “Wat goed werkte hebben we versterkt, wat achterhaald was hebben we aangepakt.” Zo werden onder meer fietsbergingen toegevoegd in de kelder, zonder de oorspronkelijke architectuur geweld aan te doen. Volgens Brysse toont dat project vooral hoe belangrijk langetermijndenken is binnen sociale woningbouw. “Dankzij woonmaatschappij Woonhaven, een opdrachtgever met een duidelijke visie, konden we kiezen voor een grondige en duurzame renovatie in plaats van louter de goedkoopste oplossing.”
Verder gaan dan verwacht
Voor Brysse verschilt de essentie van sociale woningbouw uiteindelijk niet fundamenteel van andere architectuuropdrachten. “Uiteindelijk ontwerpen we gebouwen voor mensen”, zegt hij. “Iedereen verdient kwalitatieve ruimtes en respectvolle architectuur.”
“Wat mij motiveert is proberen dat extra stukje meerwaarde te creëren binnen de gegeven context. Niet enkel uitvoeren wat gevraagd wordt, maar verder gaan dan wat verwacht wordt. Ik haal er veel voldoening uit wanneer een complexe puzzel plots in elkaar valt en een helder antwoord ontstaat, of dat nu gaat over een sterk stedenbouwkundig gebaar, een elegant plan of een slimme technische oplossing.”
Project Langblokken, een samenwerking van A2D Architects en ARCHITECTENBUREAU VANHECKE & SULS. De oorspronkelijke bakstenen gevel werd zo’n 15 jaar geleden voorzien van een dunne isolatielaag en crepi-afwerking. Die werd volledig verwijderd en vervangen door een nieuwe, grondig geïsoleerde bakstenen gevel. “Een doordachte investering op lange termijn van de woonmaatschappij”, aldus Philippe Brysse.
De eerste van de vier Langblokken is al volledig gerenoveerd. Op het dak is de nieuwe technische installatie die het gebouw futureproof maakt te zien. De werken aan de tweede blok zijn intussen ook gestart.
Dat de vraag naar expertise in sociale woningbouw de komende jaren verder zal toenemen, staat ondertussen vast. Ook op het kabinet van Vlaams minister voor Wonen Hans Bonte klinkt de oproep om meer ontwerpers vertrouwd te maken met het specifieke kader van sociale woningbouw. “Het ontwerpen van sociale woningen vergt enige inwerking in het regelgevend kader en de tools”, zegt raadgever Wonen Tom Vanden Eede. “Maar we streven ernaar om het systeem zo eenvoudig mogelijk te houden.”
Opleiding: Hoe werkt sociale woningbouw in Vlaanderen?
Met de opleiding ‘Hoe werkt sociale woningbouw in Vlaanderen?’ wil NAV architecten zonder ervaring in het segment daarin wegwijs maken. De opleiding focust op het regelgevend kader, de werking van woonmaatschappijen, procedures en de concrete aanpak van sociale woonprojecten. Volgens Vanden Eede blijft kennisuitwisseling daarbij essentieel. “Wij zijn dan ook zeer positief over deze opleiding.”