Met 1 maart in zicht groeit de nood aan juridische duidelijkheid over de impact van het gewijzigde Vrijstellingenbesluit en de versoepeling van vergunningen die daaruit voortvloeit. De gevolgen reiken verder dan de architectenplicht alleen en raken aan veiligheid, aansprakelijkheid en rechtszekerheid voor burgers én bouwprofessionals. We lichten de huidige stand van zaken toe en wijzen op de grote risico’s bij uitblijvende verduidelijking.

Wat verandert vanaf 1 maart?

Op 6 februari 2026 keurde de Vlaamse Regering een wijziging van het Vrijstellingenbesluit goed. Daardoor worden vanaf 1 maart bijkomende handelingen vergunningsvrij.

Eerder liet de Vlaamse Regering, aan NAV en in het Vlaams Parlement, weten dat een vrijstelling van vergunning niet gelijkstaat aan vrijstelling van de medewerking van een architect. Die verduidelijking was cruciaal, omdat het in de praktijk vaak gaat om ingrepen met impact op de stabiliteit van gebouwen en dus op de veiligheid van bewoners en omwonenden. Een vergunningsvrijstelling mag nooit worden geïnterpreteerd als een vrijgeleide om zonder deskundige toetsing structurele ingrepen uit te voeren.

Juridische analyse: huidige regelgeving dekt dit niet af

Maar uit verschillende juridische analyses blijkt nu dat de regelgeving vanaf 1 maart deze interpretatie onvoldoende afdekt. Met andere woorden: het vergunningsvrij maken van bepaalde werken kan onder de huidige wettelijke bepalingen wél gevolgen hebben voor de toepassing van de architectenwetgeving, tenzij de regelgeving bijkomend wordt aangepast.

Op dit moment is onduidelijk of en hoe zo’n aanpassing zal gebeuren. Dat dreigt vanaf 1 maart 2026 rechtsonzekerheid te creëren voor zowel burgers als bouwprofessionals.

Dit kan heel verstrekkende gevolgen hebben. Het risico bestaat dat ook particulieren of doe-het-zelvers zonder voldoende bouwtechnische kennis structurele ingrepen uitvoeren, zoals werken aan dragende muren in rijwoningen of appartementsgebouwen, zonder stabiliteitsberekening of controle door een architect. Dergelijke ingrepen kunnen de stabiliteit van een gebouw in gevaar brengen, met mogelijk zware schade en zelfs doden en gewonden tot gevolg. Dat gevaar beperkt zich niet tot de opdrachtgever zelf, maar ook tot buren, voorbijgangers, werknemers, bezoekers, ... Dat kan onmogelijk de bedoeling zijn, maar dreigt wel een ongewenst neveneffect te worden bij gebrek aan duidelijke afbakening.

(Lees verder onder het gele kaderstuk voor meer juridische implicaties.)

Juridische verantwoording kabinet Jo Brouns

Voor de volledigheid delen we mee dat het kabinet van minister van Omgeving Jo Brouns ons heeft laten weten dat de toepassing van de zorgvuldigheidsplicht, zoals voorzien in het Burgerlijk Wetboek, wel degelijk de verplichte medewerking van de architect inhoudt bij werken die de stabiliteit in het gedrang brengen. Het kabinet belooft om dit verder te onderbouwen en toe te lichten.

Geen toepassing meer van de Wet-Peeters

De afschaffing van de vergunningsplicht voor bepaalde verbouwingswerken zorgt bovendien voor ernstige problemen op het vlak van verzekeringen.

De Wet Peeters verplicht architecten, aannemers en andere bouwactoren om voor vergunningsplichtige woningbouw een tienjarige aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten en dit via een attest aan te tonen vóór de start van de werken. Maar wanneer voor een binnenverbouwing geen vergunning meer vereist is, is ook de Wet-Peeters niet meer van toepassing. Architecten blijven dan wel verplicht verzekerd, maar aannemers niet. Dit betekent dat bij een schadegeval de betrokken opdrachtgevers dreigen zelf te moeten opdraaien voor de schade en/of dat architecten daarvoor moeten opdraaien ten gevolge van de insolidum aansprakelijkheid. Opnieuw lijkt dit niet de bedoeling, maar kan het wel het effect zijn.

EPB-plicht gekoppeld aan vergunning

Ook op het vlak van de EPB-regelgeving stelt zich een probleem. Het toepassingsgebied van de EPB-verplichtingen start bij een vergunnings- of meldingsplichtig dossier. Indien de werken geen vergunning of melding vereisen, is er in principe geen EPB-plicht.

Door bijkomende handelingen vergunningsvrij te maken, dreigt dus ook de EPB-toepassing automatisch weg te vallen, zonder dat hierover expliciete verduidelijking werd gegeven.

Lopende vergunningsaanvragen: geen overgangsregeling

Daarnaast krijgen we steeds vaker de vraag wat er moet gebeuren met lopende vergunningsaanvragen voor werken die vanaf 1 maart vrijgesteld worden. Het besluit voorziet namelijk geen overgangsregeling. Moeten aanvragen worden ingetrokken, verder behandeld of aangepast? Daar kregen we nog geen antwoord op.

NAV in overleg met het kabinet

Onzekerheid en onduidelijkheid troef dus, met potentieel zeer zware gevolgen, zowel voor architecten, opdrachtgevers als de maatschappij in zijn geheel. Wij staan quasi dagelijks in contact met het kabinet van minister van Omgeving Jo Brouns en hebben ook al voorstellen tot aanpassing geformuleerd. De situatie is dringend en vraagt een snelle bijsturing. NAV dringt aan op duidelijke afspraken vóór de inwerkingtreding van het besluit.

Zodra er duidelijkheid is, informeren wij jou onmiddellijk.