De Vlaamse Regering heeft zonet een aanpassing van het Vrijstellingenbesluit gepubliceerd. Daarbij wordt onder meer voorzien dat de architectenplicht opnieuw gekoppeld wordt aan bepaalde werken die sinds 1 maart vrijgesteld zijn van vergunning.

Deze bijsturing volgt op eerdere signalen uit het werkveld en kreeg de voorbije dagen ook ruime aandacht in de media. Voor NAV is het positief dat de bezorgdheden die wij eerder hebben geformuleerd en met minister Brouns hebben besproken, worden meegenomen. Tegelijk blijft voorzichtigheid geboden, aangezien de concrete uitwerking en juridische haalbaarheid nog verdere verduidelijking vereisen. Het is daarvoor in eerste instantie wachten op het advies van de Raad van State.

Koppeling aan stabiliteitswerken expliciet hersteld

Volgens NAV brengen de wijzigingen aan het Vrijstellingenbesluit die op 1 maart in werking zijn getreden reële risico’s met zich mee, zowel op het vlak van bouwkwaliteit als op het vlak van bescherming van opdrachtgevers. Vóór die datum voorzag het Besluit immers in een duidelijke rol voor de architect als kwaliteitsbewaker, gekoppeld aan een kader van aansprakelijkheid en verzekering. Het wegvallen van die koppeling creëerde onduidelijkheid en verhoogde de kans op problemen in de praktijk.

De tekst die de Vlaamse Regering nu aan de Raad van State voorlegt bepaalt dat de vrijstelling van vergunning voor bepaalde handelingen enkel geldt wanneer, in geval van stabiliteitswerken, een architect wordt aangesteld voor het ontwerp en de controle van de werken. Daarmee zou de koppeling tussen vergunningsvrijstelling en kwaliteitsbewaking opnieuw verankerd worden in de regelgeving.

Positief signaal van openheid

NAV waardeert de bereidheid van minister Brouns en de Vlaamse Regering om in dialoog te gaan en bij te sturen waar nodig. Het is positief dat bekommernissen vanuit het werkveld ernstig worden genomen en aanleiding geven tot heroverweging.

Deze evolutie erkent het belang van een bouwpraktijk waarin kwaliteit, veiligheid en bescherming van opdrachtgevers centraal blijven staan, ook in een context van administratieve vereenvoudiging.

Concrete uitwerking nog onduidelijk

De concrete toepassing roept nog belangrijke vragen op.

Zo is nog niet volledig duidelijk:

  • Hoe de naleving van deze verplichting zal worden afgedwongen en gecontroleerd.
  • Wat de impact is op aansprakelijkheid en verzekeringsplicht van de aannemer in deze nieuwe context.
  • En uiteraard of deze regeling de toets van de Raad van State zal doorstaan.

Zolang deze elementen niet zijn uitgeklaard, blijft het onduidelijk hoe de nieuwe regeling in de praktijk zal functioneren. De mate waarin dit kader rechtszekerheid biedt op het terrein, zal in belangrijke mate afhangen van die verdere verduidelijking.

En ondertussen…

Daarnaast is het momenteel ook nog onduidelijk wanneer een eventuele nieuwe regeling effectief in werking zou kunnen treden. Op basis van de huidige stand van zaken lijkt een inwerkingtreding ten vroegste mogelijk vanaf 1 juli 2026, al blijft dit afhankelijk van het advies van de Raad van State en het verdere besluitvormingsproces. In afwachting daarvan blijft de regeling zoals die sinds 1 maart 2026 van kracht is, onverminderd van toepassing.

Indien zou blijken dat de huidige regeling juridisch geen standhoudt, blijft het belangrijk om te zoeken naar werkbare alternatieven die zowel vereenvoudiging als kwaliteitsbewaking verzoenen. NAV ziet in dat kader nog steeds potentieel in een systeem van kennisgeving, waarbij de betrokkenheid van een architect wordt gemeld zonder dat een volwaardige vergunningsprocedure nodig is.

Verdere opvolging

NAV volgt dit dossier nauwgezet op en blijft in overleg met de bevoegde instanties. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de concrete uitwerking, zullen we hier verder over communiceren. Intussen blijven we een betrouwbare partner om met de overheid te werken aan een betere vergunningverlening, die kwaliteit en duurzaamheid verzoent met werkbare en soepele procedures.

Volg ook onze opleiding: