De Vlaamse regering versoepelt de bescherming bij binnenverbouwingen, terwijl de federale regering een ombudsdienst op poten zet voor wanneer het misloopt. Bescherming vooraf afbouwen en conflicten achteraf beheren: dat is niet alleen dweilen met de kraan open, het is eerst de kraan verder opendraaien.
Waarom overheidsinmenging nodig is
Voor zowat elk consumentengoed dat op de markt komt, gelden strenge kwaliteitseisen. Wie een auto lanceert, moet crashtesten doorstaan, voldoen aan emissienormen en aantonen dat het voertuig veilig is. Dit is overheidsinmenging in de economie, en die hebben we nodig om twee fundamentele redenen.
Ten eerste is er informatie-asymmetrie. De koper beschikt niet over de technische kennis om de kwaliteit van een auto correct te beoordelen. Hij kan moeilijk inschatten of een lagere prijs het gevolg is van efficiëntie, of van besparingen op veiligheid en duurzaamheid. Ten tweede zijn er externe kosten. Wie met een onveilige wagen rijdt, riskeert niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van zijn passagiers en andere weggebruikers. De samenleving draagt dus mee het risico van slechte kwaliteit.
Kortom: minimale kwaliteitsnormen zijn er niet om de markt te verstikken, maar om ze überhaupt te laten functioneren.
Een gebouw is geen broodrooster
Voor gebouwen geldt exact dezelfde logica. De gemiddelde opdrachtgever heeft weinig kennis van stabiliteit, draagstructuren, waterdichting of brandveiligheid en kan dus onmogelijk op basis van prijs alleen inschatten of een aannemer kwalitatief werk levert. Ook hier kunnen de externe kosten bijzonder groot zijn. Wanneer een gebouw structurele gebreken vertoont of instort, zijn de gevolgen dramatisch, niet alleen voor de eigenaar, maar ook voor buren, voorbijgangers, werknemers en huurders.
Een cruciaal verschil met auto’s of pakweg broodroosters is dat een gebouw vrijwel altijd een prototype is. Geen twee projecten zijn identiek, waardoor grootschalige testen onmogelijk zijn. In België werd daarom al in 1939 beslist dat samenwerken met een architect verplicht is bij bouwprojecten. Later kwam daar de verplichte tienjarige aansprakelijkheidsverzekering van aannemers bij, om opdrachtgevers zelfs bij faillissementen te beschermen tegen zware structurele schade.
We kunnen discussiëren over alternatieve systemen in andere landen. Maar dit is de Belgische manier om ons te beschermen. Althans, dat was ze.
Minder bescherming
Want begrijpe wie begrijpen kan: sinds 1 maart is de tussenkomst van een architect niet langer verplicht bij bepaalde binnenverbouwingen, zelfs niet wanneer die raken aan de stabiliteit van het gebouw. Ook de verplichte verzekering van aannemers vervalt.
De bedoeling? Administratieve vereenvoudiging. Maar om een relatief beperkt probleem op te lossen, heeft men een veel groter probleem gecreëerd: inboeten op veiligheid. Zonder architect en zonder verzekering verschuift het risico volledig naar de opdrachtgever, net daar waar de informatie-asymmetrie het grootst is.
NAV heeft dit van bij het begin aangekaart. We hebben alles in het werk gesteld om minister Brouns duidelijk te maken dat deze versoepeling geen technische ingreep is, maar een fundamentele verzwakking van de bescherming van de opdrachtgever. Dat dit bovendien nooit expliciet de bedoeling was, maakt het des te problematischer. De minister gaf in het parlement zelf aan dat de architect verplicht zou blijven, maar de juridische onderbouw bleek onvoldoende sluitend. Het resultaat is geen doordachte deregulering, maar het doorschuiven van risico naar de zwakste partij.
Tegelijk kondigt de federale overheid een ombudsdienst voor bouwgeschillen aan. Maar het wringt toch, dat we enerzijds inzetten op bemiddeling wanneer het misloopt, en anderzijds toelaten dat het net vaker kan mislopen. NAV heeft ook daar duidelijk gemaakt dat beide beleidskeuzes haaks op elkaar staan.
Het kan anders
Dit kan rechtgezet worden zonder de vereenvoudiging los te laten. NAV stelde daarom een verplichte kennisgeving van de naam en het rolnummer van de architect voor. Dat is een eenvoudige ingreep die de bescherming herstelt, terwijl de procedures sneller blijven.
Wie minder papier wil, moet papier schrappen, niet de bescherming die erachter schuilt.