Het huis van de buren werd vorig jaar verbouwd door een man die het had gekocht om te renoveren en nadien weer te verkopen, deels als investering, deels als hobbyproject. De achtergevel kreeg een nieuwe laag buitenisolatie en pleisterwerk – voor de voorgevel volstond blijkbaar een likje verf. Dagenlang dwarrelde donkergrijs piepschuim mijn tuin binnen, waar ik het snel bijeenveegde voordat het zich tussen de planten kon nestelen.
Ook verderop in de straat werden twee gevels aangepakt, met bijhorende grijze vlokken die op de stoep neerdaalden. Hoewel hier professionele firma’s aan het werk waren, deed ook daar de uitvoering de ogen rollen. Bij een hoekhuis werden de isolatieplaten simpelweg rond een elektriciteitskast geplakt die dicht tegen het gebouw stond. Enkele weken later verdween die gelukkig, waarna het geheel alsnog netjes werd afgewerkt. Bij een andere rijwoning werd, in plaats van een isolatieplaat op maat te snijden, een volledig vlak met oranje PU-schuim opgespoten.
Fat House
Vakmanschap is soms ver zoek bij de uitvoering. Een greep uit het straatbeeld: pleisterwerk dat doorloopt tot op het trottoir – plint iemand? – of aluminiumprofielen die botweg op de hoeken aan de voordeur gekleefd worden – zo loop je er die veel te ver uitstekende hoeken inderdaad niet af. Stedenbouwkundige voorschriften lijken onbestaande zodra het over gevelbepleistering gaat. Over smaken en kleuren valt niet te twisten, maar een fuchsia gevel zal via een bouwaanvraag toch niet zomaar passeren.
Los van de kakofonie aan kleuren is zo’n gevel die opzwelt, zoals het Fat House van Erwin Wurm, een regelrechte verschraling van de stedelijke ruimte. Vrienden van mij wilden hun gevel restaureren, maar misten de ornamenten boven enkele ramen. Ze hielden de huizen met eenzelfde gevelversiering in de buurt nauwlettend in het oog en toen bij een van de andere gevels een stelling voor isolatiewerken verscheen, grepen ze hun kans. De eigenaar liet hen met plezier enkele medaillons van zijn gevel slijpen. Hun gevel kreeg zijn grandeur terug, de zijne werd, tja … goed ingepakt.
Gesubsidieerde lelijkheid
Aangestuurd door subsidies doen huiseigenaars wat van hen verwacht wordt. Het resultaat: gesubsidieerde lelijkheid. Zoals de zonnepanelen op fermettes van weleer. Het minst duurzame model – een vrijstaande woning in een wijk of in een lijnbebouwing – moet plots ‘duurzaam’ worden door er zonnepanelen op te plaatsen. Boven op een fermette ogen die blinkende panelen bijzonder ironisch – geen fermette die het visueel overleeft.
Buitenisolatie – met een pleisterlaag erbovenop – kan bouwfysisch gezien een efficiënte thermische schil opleveren, waarbij de thermische massa van de constructie aan de warme kant blijft en koudebruggen verminderd worden. Maar het is absurd dat isolerende gevelbepleistering is uitgegroeid tot dé standaardoplossing om woningen ‘klaar te maken’ voor de energietransitie, terwijl we in de sector juist streven naar circulaire methoden zonder kleven, spuiten en kitten. Technieken zoals het verlijmen van isolatieplaten en het opspuiten van PU-schuim creëren permanente bindingen die demontage en hergebruik belemmeren – precies datgene wat circulair bouwen probeert te vermijden.
Wijkniveau
Al dat pleisterwerk is oplapwerk op het niveau van de individuele woning, bedoeld om die klaar te maken voor een nieuw verwarmingssysteem. Elk huis krijgt dan zijn eigen lucht-luchtwarmtepomp, want voor grondboringen is er in het tuintje geen plaats – laat staan dat er budget zou zijn. Terwijl de duurzame energievoorziening eigenlijk op wijkniveau veel efficiënter georganiseerd zou kunnen en moeten worden. In noordelijke landen gebeurt dat wél: daar worden warmtenetten op stedelijk niveau uitgebouwd, en met de retourleidingen blijven de voetpaden in de winter bovendien sneeuw- en ijsvrij. Antwerpen keurde vorig jaar wel, als eerste Vlaamse stad, het stedelijk reglement warmtenetten goed.
Voorlopig blijven ze nog wel even opduiken, de grijze vlokken en veelkleurige gevels, symbolen van individuele vooruitgang en collectieve stuurloosheid.
Arnaud Tandt
Ir.-architect en columnist