De omzendbrief Hemelwater, de update van het Technisch Achtergronddocument, de nieuwe vergunningentool op Groenblauwpeil, de publicatie van de lijst waterdoorlatende verhardingen en de geactualiseerde FAQ's vormen samen één geheel. Ze hebben allemaal hetzelfde doel: de hemelwaterverordening correct en eenduidig toepassen, zonder afbreuk te doen aan de oorspronkelijke ambitie om hemelwater maximaal ter plaatse vast te houden. We sommen op wat dit concreet betekent voor jou als architect.

Omzendbrief OMG/2025/02: naar een uniforme toepassing

De GSV Hemelwater heeft Vlaanderen een belangrijke stap dichter gebracht bij een klimaatbestendige inrichting van percelen. Toch bleek al snel dat sommige bepalingen aanleiding gaven tot uiteenlopende interpretaties. De verordening werd nog vaak te strikt en weinig flexibel toegepast, met grote gevolgen voor vergunningstrajecten. De toepassing ervan in de praktijk leidde tot onduidelijkheden bij vergunningsaanvragers en beperkte het efficiënt gebruik van ruimte. De ene vergunningverlener beoordeelde een dossier anders dan de andere, uitzonderingen werden niet overal op dezelfde manier behandeld en ontwerpers hadden vaak onvoldoende duidelijkheid over welke motivering verwacht werd.

Om hieraan tegemoet te komen, keurde de Vlaamse Regering eind 2025 de Omzendbrief Hemelwater (OMG/2025/02) goed. Die wijzigt de hemelwaterverordening zelf niet, maar verduidelijkt hoe de bestaande regelgeving kan worden geïnterpreteerd en uitzonderingen en afwijkingen kunnen worden toegepast op residentiële projecten.

In de omzendbrief komt het volgende aan bod:

  • Meer uniformiteit in de beoordeling van uitzonderingen door vergunningverleners.
  • Pragmatische aanpak op basis van lokale context en terreinkenmerken.
  • Duidelijkheid rond ondergrondse infiltratievoorzieningen en wanneer ze aanvaardbaar zijn.
  • Specifieke aandacht voor kleine tuinen en alternatieven zoals groendaken.
  • Nieuwe richtlijnen rond infiltratiedieptes, door o.a. gebruik van DOV-gegevens.
  • Waterdoorlatende toegangen tot gebouwen met een hellingspercentage ≤ 5%.
  • Bevestiging dat bijkomende technische info die niet opgelegd is in het normenboek of in de hemelwaterverordening niet kan leiden tot onvolledigheid van een aanvraag.

De omzendbrief bevestigt nu expliciet dat alternatieve oplossingen kunnen worden toegestaan wanneer ze voldoende onderbouwd zijn. Dat betekent niet dat alles zomaar kan. De aanvrager moet steeds aantonen waarom een uitzondering nodig is en waarom de voorgestelde oplossing minstens dezelfde doelstelling realiseert. Wanneer een vergunningverlener dit gemotiveerde verzoek weigert, moet die beslissing eveneens gemotiveerd worden. Voor ontwerpers betekent dit een grotere verantwoordelijkheid, maar tegelijk ook meer ontwerpvrijheid. Goede argumentatie en een degelijk technisch dossier zijn nog belangrijker dan vroeger.

Technisch Achtergronddocument versie 1.3

Om ervoor te zorgen dat alle richtlijnen op elkaar afgestemd blijven, werd in april 2026 een nieuwe versie van het Technisch Achtergronddocument goedgekeurd (versie 1.3). Hierin werd de inhoud van de omzendbrief verwerkt.

Het Technisch Achtergronddocument blijft hét referentiewerk voor iedereen die dagelijks met de hemelwaterverordening werkt. Het document is nog meer dan vroeger een praktische handleiding die ontwerpers helpt om dossiers vanaf de eerste schets correct op te bouwen.

Check de praktische FAQ’s van VLARIO over het Technisch Achtergronddocument. De antwoorden zijn afgestemd met NAV, Departement Omgeving en VMM.

Vergunningentool ondersteunt ontwerp én motivatie

Een van de meest zichtbare vernieuwingen is zonder twijfel de nieuwe vergunningentool op Groenblauwpeil.be. Deze tool maakt de vertaalslag van regelgeving naar praktijk concreet, zonder de nodige technische nuance uit het oog te verliezen.

De tool ondersteunt ontwerpers bij het beoordelen van mogelijke uitzonderingen en helpt om alternatieve oplossingen technisch te onderbouwen. Als gebruiker doorloop je het proces stap voor stap.

  1. Eerst geef je een projectlocatie in, waarna automatisch omgevingsinformatie wordt opgehaald. Denk aan grondwaterstanden en infiltratiecapaciteit van de bodem, gebaseerd op de beschikbare Vlaamse databanken. Deze gegevens geven een eerste, onderbouwde inschatting van de mogelijkheden op het terrein, bijvoorbeeld hoe diep je infiltratievoorziening mag zijn.
  2. Vervolgens doorloop je een gerichte vragenlijst over het project, rond onder meer dakoppervlakken en verhardingen. Op basis hiervan berekent de tool de vereiste dimensionering van regenwaterputten, infiltratie- en buffervoorzieningen volgens de geldende regelgeving. Als de bewoners jaarrond meer dan gemiddeld hemelwater gebruiken, doet de tool ook een berekening voor het verkleinen van de infiltratievoorziening.

De tool vervangt de expertise van jou als ontwerper niet, maar helpt wel om keuzes objectief te motiveren en de argumentatie op een uniforme manier op te bouwen. Daardoor krijgen zowel ontwerpers als vergunningverleners een gemeenschappelijke basis voor de beoordeling van dossiers.

Voor jou als architect betekent dit tijdswinst, meer zekerheid en een sterkere motivatie richting vergunningverlenende overheid. Voor vergunningverleners zorgt de tool op zijn beurt voor meer uniforme beoordelingen.

Lijst waterdoorlatende verhardingen brengt duidelijkheid

Nog een belangrijke realisatie is de Vlaamse ‘lijst waterdoorlatende verhardingen’. In het verleden was er regelmatig discussie over welke materialen als waterdoorlatend beschouwd konden worden. Sommige gemeenten aanvaardden bepaalde materialen wel, terwijl andere gemeenten exact dezelfde oplossing afkeurden.

De nieuwe lijst brengt hierin veel meer duidelijkheid. Ze bevat een overzicht van materialen die technisch als waterdoorlatend kunnen worden beschouwd en ondersteunt zowel ontwerpers als vergunningverleners bij hun beoordeling. De lijst heeft geen bindend karakter en legt geen bijkomende verplichtingen op. Ze dient als leidraad voor een uniforme interpretatie van de bestaande regelgeving.

Nog een belangrijke nuance: een verharding is pas waterdoorlatend als de volledige opbouw goed is uitgevoerd. Niet alleen de toplaag telt. Ook de fundering en de onderfundering moeten het regenwater voldoende laten infiltreren. Een poreuze klinker op een ondoorlatende fundering levert dus niet het gewenste effect op. De lijst benadrukt die technische voorwaarden expliciet.

Waterdoorlatend betekent niet automatisch toegelaten

De publicatie van de lijst leidde de voorbije maanden ook tot heel wat reacties in de media. Regelmatig ontstond daarbij de indruk dat elk waterdoorlatend materiaal voortaan automatisch toegelaten zou zijn. Dat is echter een verkeerde interpretatie.

Een materiaal kan technisch perfect waterdoorlatend zijn, maar daarom nog niet overal vergund worden. Ook andere regelgeving blijft immers van toepassing. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld beperkingen opleggen aan de totale verhardingsgraad of bijkomende voorwaarden stellen vanuit een goedgekeurd hemelwater- en droogteplan. Een vaak aangehaald voorbeeld is kunstgras. Sommige types laten water door, maar dat betekent niet automatisch dat ze overal zonder meer mogen worden aangelegd.

De lijst beoordeelt uitsluitend de waterdoorlatende eigenschappen van materialen. Of een verharding uiteindelijk vergund wordt, blijft afhangen van de volledige beoordeling van het dossier.

Nieuw normenboek voor vergunningsaanvragen

Op 18 juli werd het normenboek voor de dossiersamenstelling van een omgevingsvergunning volledig vernieuwd. In het vorige normenboek waren heel wat zaken opgenomen die je als architect moest intekenen op het funderingsplan voor de toetsing van de hemelwaterverordening. Dat is nu niet meer het geval. Voor de hemelwaterverordening moet je nog rekening houden met twee korte passages. Deze staan opgenomen bij het inplantingsplan.

Elk inplantingsplan bevat minstens:

  • De maatregelen inzake wateropvang, -buffering en -afvoer.
  • Indien van toepassing: alle informatie voor de toetsing van de aanvraag aan de geldende verordeningen, dienen ingetekend te worden op het inplantingsplan (of ander plan).

Je hoeft dus niet langer een afzonderlijk funderingsplan met specifieke vereisten voor de hemelwaterverordening uit te werken. De nodige informatie mag je intekenen op het inplantingsplan.

Overzicht concrete verduidelijkingen het afgelopen jaar

Opgelet: dit moet steeds gemotiveerd worden. De vergunningverlener dient deze vraag tot uitzondering of motivatie te aanvaarden in de vergunning of zelf te motiveren waarom ze de uitzondering of motivatie niet aanvaardt.

  • Vergunningverleners kunnen op basis van een specifieke lokale waterproblematiek strengere regels opleggen. Informeer steeds bij de vergunningverleners en lokale adviesverleners welke regels van toepassing zijn op jouw project voor je start met ontwerpen.
  • Een infiltratievoorziening die afgedekt is met een eenvoudig verwijderbare constructie wordt nog steeds als bovengronds beschouwd. Zo kan bijvoorbeeld een wegneembaar houten terras boven een infiltratievoorziening worden aangelegd. Zie ook hoofdstuk 4.7.1 van het Technisch Achtergronddocument.
  • Een overzicht voor het motiveren van ondergrondse infiltratievoorzieningen vind je in hoofdstuk 4.7.7 van het Technisch Achtergronddocument. Een overzicht van uitzonderingen op een infiltratievoorziening vind je in hoofdstuk 4.9.
  • Plaatsgebrek bij kleine tuinen:
    • Een ondergrondse infiltratievoorziening kun je motiveren in de volgende gevallen:
      • Achtertuinen met een oppervlakte tot ongeveer 100 m².
      • Achtertuinen met een breedte tot ongeveer 6 m (en een beperkte diepte).
      • Achtertuinen met een beperkte diepte.
    • Een uitzondering op een infiltratievoorziening kun je aanvragen:
      • Bij achtertuinen met een oppervlakte tot ongeveer 100 m², op voorwaarde dat minstens de helft van het horizontaal geprojecteerde dakvlak uitgevoerd wordt als een groendak met een minimale opslagcapaciteit van 50 l per m².
      • Bij achtertuinen kleiner dan ongeveer 50 m².
  • Diepte infiltratievoorziening: voor residentiële projecten met een afwaterende oppervlakte < 1.000 m kan je kijken naar de onderkant van het 80%-betrouwbaarheidsinterval om te motiveren dat de grondwaterstand diep genoeg ligt om het volume en de infiltratieoppervlakte van de infiltratievoorziening dieper dan 50 cm onder het maaiveld mee te rekenen bij de verplichte dimensionering. Raadpleeg hiervoor de kaarten van DOV of de vergunningentool. Als deze waarde < 50 cm is mag de diepte van 50 cm aangehouden blijven. Het is dus niet altijd aangewezen om vast te houden aan het maximum van 50 cm.
  • Waterdoorlatende opritten of toegangspaden tot een gebouw met een helling t.e.m. 5%: je kan een uitzondering vragen om onderaan geen rooster te moeten plaatsen met aansluiting op een (bovengrondse) infiltratievoorziening. De oppervlakte van deze verharding wordt dan ook niet meegenomen bij de berekening van de grootte van de infiltratievoorziening. Hiermee kan je over een lengte van 6 m (de klassieke voortuindiepte) een helling van 30 centimeter overbruggen en het gelijkvloers van de woning integraal toegankelijk, overstromingsvrij en klimaatbestendig oprichten.
Riet Lismont

Riet Lismont

Projectleider kennisbeheer

VLARIO

Samen met:

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is een agentschap van de Vlaamse overheid dat zich inzet voor een klimaatbestendige leefomgeving in Vlaanderen door te zorgen voor zuiver water, gezonde lucht en robuuste klimaatadaptatie.

Gerelateerde artikelen