Wie vandaag artificiële intelligentie ter sprake brengt bij architecten, krijgt vaak twee reacties. De ene is bezorgd: AI bedreigt onze job. De andere is nieuwsgierig of ziet er vooral kansen in: AI kan ons werk versterken. Maar zoals zo vaak ligt de waarheid natuurlijk ergens in het midden.

Architectuur gaat over meer dan plannen en berekeningen. Het gaat over plekken maken: gebouwen die functioneren, aangenaam zijn om te gebruiken en een straat, wijk of landschap herkenbaar maken. Ze vraagt inzicht in schaal, gebruik en omgeving. En net dáár ligt de meerwaarde van een architect van vlees en bloed. Tegelijk zou het naïef zijn te denken dat AI geen impact zal hebben op ons werk. De vraag is niet of dat gebeurt, maar wel hoe.

Technologische angst

Wat we nu meemaken is niet nieuw. Bij zowat elke grote innovatie duikt een vorm van technologische angst op en vreest een deel van de mensen dat hun baan of beroep zal verdwijnen of overbodig worden. Zo ging de opkomst van de eerste treinen in de negentiende eeuw zelfs gepaard met de vrees dat koeien geen melk meer zouden geven door het lawaai van locomotieven. Viel dat even mee zeg!

In 1936 maakte Charlie Chaplin een satire in Modern Times: als arbeider verdwijnt hij in een fabrieksmachine. Daarmee wou hij aantonen hoe de mens dreigde opgeslorpt te worden door technologie en productiesystemen. Een hedendaags voorbeeld is het satirische filmpje ‘Energym’ van het Belgische AI Candy, dat viraal ging. Daarin wordt een fictieve toekomst geschetst waarin AI alle jobs heeft overgenomen en mensen energie moeten opwekken in fitnesscentra om de AI-systemen draaiende te houden. Net zoals dat filmpje is ontstaan door de combinatie van AI en menselijke verbeelding, zo zullen er ook in architectuur nieuwigheden mogelijk worden.

Door elkaar geschud

Trouwens, als architecten kennen we dit al. Vergelijk een vergunningsaanvraag van twintig jaar geleden maar eens met een hedendaagse aanvraag. De hoeveelheid informatie, berekeningen en procedures is exponentieel toegenomen, maar heeft informatica ons beroep minder relevant gemaakt? Nee. Wel grondig door elkaar geschud.

Een aanzienlijk deel van ons werk ligt nu buiten de echte kern van ons beroep. Als AI taken zoals regelgeving analyseren, documenten structureren en informatie verwerken kan versnellen, ontstaat iets wat in de praktijk zeldzaam is geworden: tijd voor de essentie van architectuur, zijnde gebouwen creëren die functioneren én betekenis hebben.

Universele AI versus lokale architectuur

Tegelijk dringt zich een wezenlijke bedenking op. Waar AI vertrekt vanuit universele algoritmes, ontstaat architectuur uit een specifieke context: mensen, plek, klimaat en materiaal. Een algoritme kan genereren en optimaliseren, maar begrijpen wat een plek nodig heeft, blijft mensenwerk. Goede architectuur voegt zich in haar omgeving en tilt die tegelijk op, soms tot pure poëzie. Park Spoor Noord (Antwerpen) bijvoorbeeld transformeert voormalige infrastructuur als publieke ruimte; De Krook (Gent) verbindt stad en water in een vanzelfsprekende ruimtelijke ervaring. En ook de High Line (New York) toont hoe bestaande structuren nieuwe betekenis kunnen krijgen. Architectuur ontstaat uit interpretatie en menselijke verbeelding, terwijl AI die contextgevoeligheid mist.

Misschien moeten we artificiële intelligentie dus niet zozeer zien als een bedreiging, maar gewoon als de volgende stap in een lange reeks technologische evoluties die het architectenvak telkens opnieuw hebben veranderd. Van tekenplank naar CAD. Van CAD naar digitale samenwerking. En vandaag naar nieuwe ontwerptools.

En misschien kijken we binnen enkele jaren naar onze huidige AI-angst zoals negentiende-eeuwse boeren naar hun vrees voor locomotieven. Uiteindelijk geven koeien toch nog altijd melk.

Wim

Arch. Wim Verschueren

Adviseur studiedienst

NAV

Gerelateerde artikelen