De aankondiging van onze Wall of Shame-pagina over ontspoorde openbare aanbestedingen veroorzaakte meer dan rimpelingen. Ze veroorzaakte een golf, niet alleen binnen de architectuursector, maar ver daarbuiten. We kregen reacties van opdrachtgevers, van geïnteresseerden die het probleem tot dan toe vanop afstand hadden bekeken en van creatievelingen uit andere sectoren die met dezelfde problematiek te maken krijgen.
Openbare aanbestedingen leggen vandaag een disproportionele druk op architectenbureaus, niet alleen omdat vergoedingen structureel te laag zijn (als ze er al zijn), maar vooral omdat de gevraagde inspanningen steeds verder opschuiven richting uitgewerkte ontwerpen. Het resultaat is een sector die structureel wordt leeggezogen in de gunningsfase en te weinig ruimte krijgt om die inspanningen te verzilveren. Dit probleem is niet nieuw. Wat wél nieuw is, is dat we het nu zichtbaar maken.
Architecten zijn de onverschilligheid beu
De Wall of Shame is geen startpunt, maar het sluitstuk van een lang traject. Jarenlang kozen we voor overleg, sensibilisering en de overtuiging dat redelijkheid uiteindelijk zou zegevieren. We spraken met federaties, toezichthoudende overheden en koepelorganisaties, schreven aanbesteders aan wanneer regels niet werden gerespecteerd en reikten oplossingen aan die herwerking of herroeping mogelijk maakten. Tegelijk bleven we duwen op structurele wetswijzigingen, met als tastbaar resultaat de verplichte biedvergoeding in tweestapsprocedures.
Vandaag moeten we erkennen dat deze aanpak haar grenzen heeft bereikt. Voor te veel opdrachtgevers is dit geen prioriteit en niet urgent. Sommigen zeggen onomwonden: “zo goedkoop mogelijk aanbesteden is onze opdracht”. Dat begrijpen we. Dat dit systematisch gebeurt op de kap van de architect, aanvaarden we echter niet.
Besparen op de architect, is besparen op kwaliteit. Wie denkt daar een goede deal mee te sluiten, vergist zich fundamenteel. Het gaat bovendien niet alleen over geld, maar ook over verwachtingen in de aanbesteding. “We vragen toch niet meer dan een schets?”, klinkt het bijna onschuldig. Alsof een schets geen ontwerp is. Alsof ideeën geen arbeid vergen. Alsof visie vrijblijvend is.
Kies een ontwerper, geen ontwerp
Sommige aanbesteders weten niet hoe ernstig het probleem is. Andere weten het wél. Grote organisaties, goed omringd en ervaren, die meerdere bureaus laten doorstoten, heel zware prestaties vragen en dat afkopen met biedvergoedingen die in geen verhouding staan tot de gevraagde inspanning.
Architecten pikken dit niet langer.
NAV pleit daarom voor een andere logica: vertrek van het beschikbare budget en bepaal welk aandeel redelijkerwijs in de wedstrijdfase kan worden ingezet. Biedvergoedingen moeten er altijd zijn wanneer om project-specifieke voorstellen wordt gevraagd, ook in eenfasige procedures. De wet moet de gevraagde output scherp definiëren: wat is een schets, wat is een ontwerpvisie, hoeveel plannen, op welke schaal? Geen semantische mist meer, geen nieuwe termen die vooral dienen om meer te vragen voor minder. Ook wanneer het heet dat visuele elementen vrijblijvend kunnen worden meegestuurd, weten we beter: vrijblijvend bestaat hier niet. Kies een ontwerper in plaats van een ontwerp, want met een ontwerper ga je in dialoog, kan je bijsturen, nuanceren en groeien. Met een verregaand uitgewerkt voorontwerp zit je vast nog voor de samenwerking echt begonnen is.
Tonen waar het wringt
Tot slot nog dit: onze name-and-shame-actie is geen afrekening. Ze is een spotlight die zichtbaar maakt hoe groot het probleem is en welke schade het aanricht. Dat sommige aanbesteders nu al bijsturen om niet op de lijst te belanden, toont dat het werkt. Soms volstaat uitleg niet meer en moet je tonen waar het wringt.
Maar laat ook duidelijk zijn dat we het hier niet bij laten. We blijven werken op andere sporen, duwen op betere wetgeving, sensibiliseren en benoemen waar het fout loopt.