De kettingzaag is een politiek symbool geworden sinds de Argentijnse president Javier Milei ermee op campagne trok. Ze staat voor de belofte om eindelijk komaf te maken met een overheid die burgers en ondernemingen verstikt onder een steeds dikkere laag regels. Ook dichter bij huis klinkt die roep luid.

Dat is geen verrassing. Niemand wordt gelukkig van dubbele procedures, overbodige formaliteiten of regelgeving die haar oorspronkelijke doel allang voorbijschiet.

Maar het debat verdient wel meer aandacht. Want goede regelgeving maak je niet door simpelweg regels te schrappen. Je moet eerst en vooral begrijpen waarom die regels ooit zijn ontstaan, hoe ze op elkaar inspelen en welke gevolgen een wijziging elders in het systeem heeft.

Vergiftigd geschenk?

Neem de hervorming van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De ambitie was op zich verdedigbaar: de regels met betrekking tot onder meer dienstencontracten vereenvoudigen en beter laten aansluiten bij wat in andere landen gebruikelijk is. Zo zou de wettelijke aansprakelijkheid voor ernstige gebreken een minimumtermijn van tien jaar bedragen, waarna partijen contractueel vrij hun afspraken konden maken.

Op papier klinkt dat als deregulering met gezond verstand. Tot je kijkt naar de werkelijkheid op het terrein. Een architect onderhandelt immers lang niet altijd met een onwetende of zelfs gelijkwaardige partner. Tegenover grote projectontwikkelaars of publieke opdrachtgevers is de contractuele vrijheid vaak bijzonder relatief. Pas nadat die bredere context door NAV onder de aandacht van de politici werd gebracht, kwam er een evenwichtigere regeling.

Vereenvoudigen doe je niet per loket

Een tweede les is dat vereenvoudiging nooit enkel binnen de muren van één administratie mag worden bekeken. Elke overheid optimaliseert graag haar eigen regelgeving, maar de burger of onderneming heeft te maken met het geheel van regels.

Vandaag staat bijvoorbeeld de omzetting van de Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen op de agenda. Die legt niet alleen meer ambitie op om de uitstoot van broeikasgassen uit gebouwen tijdens de gebruiksfase terug te dringen. Ze voorziet ook een dwingend kader rond de materiaalprestatie, dat wil zeggen dat de hele levenscyclus van het gebouw in rekening moet worden gebracht. Mocht het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) erin slagen de regelgeving rond EPC en EPB te stroomlijnen, terwijl inmiddels bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) een afzonderlijk systeem voor materiaalprestaties ontstaat met andere databanken, andere software, andere rapportering en een eigen verstrengingspad, dan is de administratieve last niet verminderd – integendeel! De ontwerper blijft dezelfde informatie meerdere keren verwerken, alleen in verschillende systemen. Dat is geen vereenvoudiging. Dat is enkel nog meer versnippering.

Ook de manier waarop het vrijstellingenbesluit recent werd aangepast, toont hoe gevaarlijk een oppervlakkige benadering kan zijn. Omdat de vergunningsprocedure rond binnenverbouwingen met stabiliteitsimpact onredelijk zwaar was, leek de eenvoudigste oplossing erin te bestaan een groot deel van die werken gewoon vrij te stellen van vergunning én van de verplichte tussenkomst van een architect.

Deze oplossing zag er aantrekkelijk uit. Tot je beseft wat daarmee tegelijk verdween: elke professionele garantie dat stabiliteit, brandveiligheid, ventilatie, energieprestaties, akoestiek en toegankelijkheid integraal worden beoordeeld. Uiteindelijk vond de Vlaamse Regering een evenwichtigere oplossing, na intensief overleg met NAV.

Deze voorbeelden tonen telkens dezelfde les. Wie alleen regels schrapt, lost de complexiteit niet op maar verschuift haar: naar de burger, de onderneming, de rechter of naar de professional die achteraf de brokken mag opruimen.

Administratieve vereenvoudiging blijft een noodzakelijke ambitie. Maar zij mag nooit een doel op zich worden. Een goede regel is niet noodzakelijk een korte regel. Een goede regel is een regel die haar doel bereikt met zo weinig mogelijk lasten én met voldoende rechtszekerheid, kwaliteit en bescherming voor wie erop moet vertrouwen.

Niet de kettingzaag maar de snoeischaar is het symbool van goed bestuur.

Peter website

Peter Legroe

Adviseur public affairs

NAV

Gerelateerde artikelen